Zoeken

Discover Brussels – Brussel Ontdekken – Découvrez Bruxelles

Discover Brussels the way you want – Découvrez Bruxelles la façon dont vous voulez – Ontdek Brussel zoals jij het wil

Elisabethpark

Op de grens van de gemeenten Koekelberg en Ganshoren openen de boomrijke lanen van het Elisabethpark een van de verste en mooiste uitzichten op Brussel. Dat vergezicht loopt van de Basiliek van Koekelberg tot aan de Kruidtuin, langs de beroemde Leopold II-laan.

basilica-from-elisabeth

Een vleugje geschiedenis

Tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw had Koekelberg twee verschillende gezichten: in de benedenstad was een groot aantal bedrijven gevestigd, omringd met werkmanswoningen in soms gore straatjes en steegjes. De bovenstad was nog halflandelijk, met een molen, moestuintjes, beken en enkele mooie burgerhuizen op het plateau dat over Brussel torent. De verstedelijking ervan maakte deel uit van de plannen van Leopold II om de hoofdstad een fraaier uitzicht te geven. Victor Besme kreeg als auteur van het ‘Samenvattend plan voor de uitbreiding en verfraaiing van de Brusselse agglomeratie’ de opdracht toegewezen. Hij bouwde voort op de idee om de Antwerpse laan in noordelijke richting door te trekken en stelde de aanleg voor van een grote verkeersas die het plateau van Koekelberg verbond met de stad Brussel (de latere Leopold II-laan). De gemeenteraad keurde zijn voorstel in 1868 goed. De Grondmaatschappij van de Koninklijke Wijk Koekelberg werd belast met de financiering van de werken en de verkaveling. Ze verbond zich ertoe om een deel van de vele hectaren gratis af te staan aan de gemeente voor de aanleg van een openbaar park langs de nieuwe laan. De werkzaamheden, die in het begin gehinderd werden door het faillissement van de Grondmaatschappij, duurden van 1870 tot 1891. Ze resulteerden in de aanleg van het Elisabethpark en alle lanen die het momenteel omringen (Leopold II-laan, Keiser Karellaan, Pantheonlaan, ’s Landsroemlaan, Onafhankelijheidslaan, Vrijheidslaan, Grondwetlaan). Met het oog op de viering van de vijftigste verjaardag van het land, stelde de koning in 1878 voor om op het plateau van Koekelberg een eretempel te bouwen voor de nationale helden. Hij vond dat met het mooie uitzicht over de geplande Leopold II-laan een uitstekende ligging. Niet iedereen was het eens met dat voorstel en men slaagde er ook niet in om de nodige fondsen bij elkaar te brengen. Daarom werd het plan uiteindelijk afgevoerd. Het terrein dat voorzien was voor het monument, werd in 1903 verkocht aan de katholieke kerk omdat de koning nu met een nieuw idee speelde: de bouw van een nationale basiliek, toegewijd aan het Heilig Hart van Christus. Op het einde van de jaren vijftig, werd het Elisabethpark in tweeën gesneden voor de doortocht van de snelle stadsverbindingsweg die de bezoekers naar de Wereldtentoonstelling in 1958 moest leiden. Later zorgde die weg voor het drukke verkeer tussen het Rogierplein en de Basiliek. De aanleg in 1985 van de Leopold II-tunnel (die het verkeer weghaalde van de afschuwelijke viaduct die de laan ontsierde) maakte het mogelijk om de centrale laan opnieuw aan te leggen. Die hervond al snel zijn roeping als laan voor wandeling en ontspanning.

Een lang wandelpad

Het Elisabethpark is een klassiek historisch park in dezelfde geest als het Jubelpark. Een centrale laan vormt de ruggengraat van deze grote en kaarsrechte wandellaan. Ze bestaat uit een met gras begroeide middenberm, omzoomd door twee rijen bomen die de letter ‘L’ van Leopold vormen, het monogram van de koning. Aan beide zijden liggen grasperken met kronkelende paden, boomgroepen en struiken. Aan het einde ervan wordt de rand van de lanen omzoomd door verschillende rijen bomen (een soort dreef). De geometrische strakheid, ja zelfs de strengheid, van de lange hoofdlanen van het park wordt doorbroken door de bochten die de laterale paden, gras- en bloemperken erin tekenen. Een speeltuin, een sportveld, een oude muziekkiosk, een paviljoen en zitbanken zorgen voor de sociale en recreatieve functies van het park. De manier waarop het park is aangelegd (in de eerste plaats de grote met gras begroeide middenberm) heeft als gevolg dat het elk jaar weer het podium is voor heel wat manifestaties. De omgeving van de Basiliek is aangeplant met struiken en grasperken. Rododendrons en lindebomen versieren de kooromgang aan de achterkant van de kerk.

Monumenten en beeldhouwwerken

De Basiliek van het Heilig Hart van Brussel of Basiliek van Koekelberg

Op 12 oktober 1905 legde Leopold II in Koekelberg de eerste steen van een basiliek die groter wilde zijn dan de Sacré-Coeur in Parijs. Architect Pierre Langerock ontwierp een enorm neogotisch gebouw. De kost voor de bouwwerken, de dood van de koning die de constructie deels wou financieren met inkomsten uit Congo, en daarna de oorlogsverklaring in 1914, maakten een einde aan de bouwwerken die amper begonnen waren. De werken werden in 1926 hervat, dit keer met de realistischer plannen van Albert Van Huffel. Zijn basiliek inspireerde zich op de neobyzantijnse stijl, maar ook op die van het Bauhaus en de Deutscher Werkbund. Hij gebruikte gewapend beton, bekleed met steen en terracotta. De basiliek werd in 1951 gewijd, hoewel de bouwwerken pas in 1970 werden voltooid. De architect was intussen overleden en werd vervangen door zijn medewerker Paul Rome. De basiliek van Koekelberg werd gefinancierd met subsidies van de Belgische Staat als aanvulling op privégiften. Ze is een van de grootste kerken op de wereld.

 

De Kiosk

kioskNiet ver van het kruispunt van de ’s Landsroemlaan en de Jettelaan staat de muziekkiosk die herinnert aan de tijden toen op zon- en feestdagen verschillende muziekmaatschappijen voorstellingen gaven in het park. De stenen basis is bedekt met kleine mozaïeksteentjes. Het bovenwerk is van hout.

 

Een zitbank voor twee (1996)

De uit Polen afkomstige Halinka Jakubowska (1952) woont nu in Luik. Haar ‘zitbank voor twee’ in blauwe hardsteen kreeg de eerste prijs in de beeldhouwwedstrijd 1996 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zo kwam haar kunstwerk het jaar daarop in het Elisabethpark. Het kunstwerk is deels mat of gepolijst, deels onbewerkt of gegroefd, en roept een gevoel van evenwicht en harmonie op. De kunstenares werkte ook in andere werken rond het thema van de bank voor geliefden. Dat thema uit zich hier in een andere relatie: die tussen de mens en een spirituele entiteit. De basiliek staat immers vlakbij …

Avis de Mairie de Bruxelles

Na de slag bij Waterloo (18 juni 1815) bleven duizenden gewonden achter op het slagveld… Van Rode Kruis of georganiseerde hulpverlening was geen sprake. Plunderaars graaiden alles mee wat ze konden… Intussen lagen de gewonden te wachten op hulp.

avis Toenmalig burgemeester Joseph van der Linden d’Hooghvorst riep alle Brusselaars op om zich spoorslags naar het slagveld te reppen en gewonden op te halen en te verzorgen. “En de gene van vaartuygen voorsien zyn zonder Peerden ofte van Peerden sonder Voituren, worden ook versogt de zelve aan de Mairie aentekondigen om daar van in de ongelukige gevallen gebruykt te maeken. Brussel, den 20 Juny 1815.” 

Naar schatting vielen op het slagveld meer dan 50.000 slachtoffers.

geschiedenis van de Noordwijk

Blog du quartier Nord

Geschiedenis van de Noordwijk

De huidige grenzen van de Noordwijk zijn het kanaal en de Spoorweg die het kanaal en de boulevard doorkruist. Uit  administratief oogpunt verspreidt de wijk zich over de gemeenten Schaarbeek , Sint-Joost -ten -Node en Brussel stad.

De oudste bewoners  van de Noordwijk moeten zich herinneren dat zij als Molenbekenaars geboren zijn.  In 1921 absorbeerde de Brussel stad: de gemeente Laken en het laatste stuk van Molenbeek  dat ingesloten zat tussen het kanaal en de Zenne rivier. Zo eindigde de absorptie politiek van Brussel stad die vanaf  979 begonnen was.

De Noordwijk is een historisch bijzonder rijke wijk. Het is een voorbeeld van een snelle groei in de 19 de eeuw en het even snel verval in de 20ste eeuw  als Brusselse voorstad. Het hoogtepunt qua sfeer en welvaart zou zich net voor de oorlog en onmiddellijk erna hebben begeven.

Bovendien zou de Brabançonne (het…

View original post 669 woorden meer

La Bellone

bellone-520x245Huis La Bellone werd aan het begin van de 18de eeuw gebouwd in late barokstijl, hoogst waarschijnlijk in opdracht van Jean Cosyn, architect-beeldhouwer van de Grote Markt en ontwerper van het huis Coninck van Spaegnien.

Door een overdekte portiek en doorgang kom je op een binnenkoer die toegang geeft tot het huis met op de voorgevel talrijke symbolen, personages en een chronogram dat de bouw situeert in 1697. Oorspronkelijk was het een zomer- en feestpaviljoen dat onderdeel was van een groot herenhuis met verschillende paviljoenen.

Een overdekte portiek en doorgang geven uit op een binnenkoer die toegang verschaft tot het huis dat La Bellone genoemd wordt, geklasseerd in 1956. Deze opmerkelijke woning in late barokstijl werd gebouwd aan het begin van de 18de eeuw, waarschijnlijk door Jean Cosyn, architect-beeldhouwer van de Grote Markt en ontwerper van het huis Le Roy d’Espagne (Coninck van Spaegnien) dat er qua stijl zeer dicht bij aanleunt.

La Bellone werd aangekocht door de stad Brussel in 1913. De aankoop kwam er onder impuls van de vroegere burgemeester Charles Buls, die het de naam ‘Maison de la Bellone’ had gegeven, verwijzend naar de buste van de godin die op de voorgevel prijkt. In het huis hebben onder meer het Belgische Rode Kruis, de politie en de Ommegang onderdak gekregen. In 1956 werd het geklasseerd.

Onder impuls van schilder, decorontwerper en tekenaar Serge Creuz heeft het Huis van het Spektakel zijn intrek genomen. Met steun van de Stad Brussel werd het huis uitgebreid en gerestaureerd. In 1995 werden de werken afgerond met de overdekking van de binnenkoer.

In 2006 opende La Bellone het café aan de straatkant om zo de link te leggen met de buitenwereld.

Vlaamsesteenweg 46, 1000 Brussel

Jacob Kats

blauwelemmeCafé “In de Blauwe Lemmen” vinden we op de hoek van de Blaesstraat en het Vossenplein of de “A Met” in Brussel.

In de 19de eeuw was het café in de buurt van de Kapellekerk gevestigd. Het was daar dat arbeiders kwamen luisteren naar de bewogen toespraken en sociaal geëngageerde toneelstukken van Jacob Kats.

 

JacobKatsJacob Kats was de zoon van een Nederlandse officier die in de tijd van Napoleon naar Antwerpen verhuisde. Daar werd hij op 5 mei 1804 geboren. In 1819 verhuisde hij naar Brussel, waar hij als wever de kost verdiende. Vanaf 1823 volgde hij avondschool en werd hij onderwijzer.

In 1833 stichtte hij, samen met zijn schoonbroer Jan Pellering, de “Maatschappij der Verbroedering”, een democratische groepering die zich onder meer met toneel bezighield.

Jacob Kats is één van de spilfiguren die een sterke invloed uitgeoefend heeft op het toen ontwakende progressief liberalisme. Voortdurende agitatie en een doorgedreven vorming van drukkingsgroepen konden volgens hem een einde maken aan de ellendige sociale situatie van de arbeiders. Hij verspreidde zijn republikeinse ideeën over gelijkheid en broederlijkheid via meetings, publicaties en toneelstukken met zijn toneelgroep “Het toneel der volksbeschaving”. Op die manier zouden de uitgebuite arbeiders opnieuw gaan geloven in hun kracht als groep en de verantwoordelijken van hun ellende bestrijden.

Vanaf 1839 probeerde hij zijn meetings uit te breiden naar andere Vlaamse steden. Tijdens die “sermoenen” stelde hij zijn ideeën voor: invoering van de republiek, algemeen stemrecht, vrouwenemancipatie, bestaanszekerheid, progressieve belastingen en nationalisatie van de productiemiddelen. Hij werd nauwlettend in het oog gehouden door de staatsveiligheid. Herhaaldelijk werden tijdens die bijeenkomsten door de autoriteiten relletjes uitgelokt. Kats werd dan ook heel vaak opgepakt. Door de voortdurende intimidatie van de kerk en overheid werden die bijeenkomsten op de duur stilgelegd.

Zijn strijd werd financieel gesteund door de Brusselse advocaat en politicus Lucien Jottrand, een hevig antiroyalist.

Jacob Kats was een hevig tegenstander van de invloed van de kerk in het politieke leven. Dat antiklerikalisme maakte van hem een rationalist die de rede als nieuwe constitutie wilde verheffen.

Toen in 1847 de “Association Démocratique” werd opgericht, waarvan Karl Marx ondervoorzitter was, sloot hij zich daar bij aan, samen met zijn schoonbroer Jan Pellering. Die organisatie toonde openlijk haar solidariteit met alle verdrukte volkeren, wat perfect paste in de ideologie van Kats. Samen met Karl Marx en Friedrich Engels schreef hij voor de Brusseler Zeitung. Daarnaast onderhield hij nauwe contacten met priester Charles Helsen, stichter van de schismatieke kerk van de Johannieten die een bidplaats heeft in de Fabriekstraat te Brussel.

Na de mislukking van de revolutionaire beweging in 1848 geraakte Kats ontmoedigd en concentreerde zich op toneel en theater, waarbij hij samenwerkte met onder andere Peter Benoît.

Jacob Kats had slechts een beperkt aantal aanhangers, toch is zijn bijdrage aan latere sociale omwentelingen niet te onderschatten. Hij koppelde onder meer de Vlaamse strijd aan de sociale strijd: taalstrijd zag hij in de eerste plaats als sociale strijd.

Hij overleed op 16 januari 1886 in Brussel.

Jules Victor Anspach

Jules Anspach werd op 20 juli 1829 geboren in Brussel.

Hij was de zoon van François Anspach (een handelaar, gemeenteraadslid van Brussel, volksvertegenwoordiger, bestuurder verschillende vennootschappen én van de Nationale Bank van België) en Marie-François Honnerez. 220px-Jules_ANSPACH_(1829-1879)

Hij studeerde rechten aan de ULB en werd advocaat in Brussel. In 1857 werd hij verkozen als gemeenteraadslid en werd hij opgenomen in de vrijmetselaarsloge Les Amis Philanthropes (waar ook zijn vader lid van was). Een jaar later werd hij schepen. In 1863 werd hij burgemeester van Brussel, wat hij zou blijven tot aan zijn dood in 1879. In 1866 werd hij verkozen tot volksvertegenwoordiger voor de Liberale Partij.

De centrale laan vanaf het Brouckèreplein tot Fontainasplein draagt zijn naam en werd aangelegd na de overwelving van de Zenne in de periode 1868-1871.

Al van in Napoleontische periode droomden de Brussels machthebbers van brede lanen naar het model van Parijs. De doctrinairen moesten wachten op de cholera-epidemie van 1867 – waarbij een paar duizend doden vielen – om hun dromen te realiseren.

Sinds de zomer van 2015 is de Anspachlaan verkeersvrij gemaakt: het is een zone voorbehouden aan fietsers en voetgangers.

Kathedraal van Sint-Michiels en Sint-Goedele

Wat historici ook mogen beweren: het is duidelijk dat de kathedraal speciaal gebouwd werd om slechtvalken te kweken. Dat had men toen al door.

SM-SG

Slechtvalken zijn de snelste vogels ter wereld: met een snelheid van om en bij de 400 km per uur kunnen ze zich op een prooi storten! Die roofvogel was bijna verdwenen uit Europa en Noord-Amerika. Maar sinds 1994 is ze terug in België!  Het eerste koppel installeerde zich in de top van een koeltoren van de kerncentrale van Tihange. In 2015 werden er al tussen de 145 en 155 koppeltjes gemeld in België. Sommige nestelen zich op klippen, andere op telefoonmasten, nog andere helemaal op de top van een hoog gebouw. In de lente van 2004 installeerde zich een koppel op de top van de noordelijke toren van de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in het hart van Brussel. Jaar na jaar steeg het aantal Slechtvalken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In  2015 werden er 12 koppels geteld. Het wijfje op de kathedraal werd in 2002 geboren in 2002 in Duitsland. Samen met haar mannetje (een zoon uit 2008) heeft ze in april 2016 op de kathedraal 3 eieren uitgebroed. Het jongste kuiken heeft het niet overleefd.

Al in de 9de eeuw  stond hier een kapel, waarschijnlijk toegewijd aan St.-Michiel. In de 11de eeuw werd op dezelfde plek een Romaanse kerk gebouwd. In 1047 werden de relikwieën van Sint-Goedele er begraven. Vanaf dan werd het een kapittelkerk met de dubbele naam “collegiale kerk van Sint-Michiel en Sint-Goedele”.  In 1226 startte de bouw van het gotische koor, waarrond de rest van de kerk in Brabantse gotiek werd opgetrokken. In februari 1962 kreeg ze de rang van kathedraal en sindsdien is ze samen met de St-Romboutskathedraal te Mechelen de zetel van de aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Tijdens de restauratie van 1982 tot eind 1999 werden de restanten van de voormalige romaanse kerk blootgelegd, evenals de  romaanse crypte onder het hoogkoor.

In de kerk zijn veschillende kunstwerken te bewonderen : glasramen en biechtstoelen uit de 16de eeuw, biechtstoelen uit de 17de eeuw, wandtapijten uit de 19de eeuw en vijftien neogotische glasramen uit de 19de eeuw in beide zijbeuken van het schip.

Eén van de glasramen verwijst naar legende van het Sacrament van het Mirakel. In 1370 zouden hosties op miraculeuze wijze beginnen bloeden zijn nadat ze door de Brabantse joden in de synagoge van Brussel met messteken waren doorboord. De relieken werden vereerd als het Sacrament van Mirakel. Daarna werden een zestal joden uit Brussel en Leuven op de brandstapel terechtgesteld. Ze werden beschuldigd van diefstal en profanatie (heiligschennis) van het Heilig Sacrament. Joodse goederen werden verbeurd verklaard. Later, in de 17de en 18de eeuw, werd beweerd dat de joden in 1370 voor eeuwig uit het hertogdom Brabant werden verbannen. De schuld van de joden werd uiteraard nooit bewezen, integendeel, net zoals het materiële feit van de hostieprofanatie nooit vastgesteld werd. Alleen het geloof in het zogenaamde mirakel van de bloedende hosties legitimeerde de terechtstelling. De joden werden beschuldigd om het mirakel geloofwaardig te maken. Het zogenaamde mirakel bood een welgekomen gelegenheid om zich van de Joden te ontdoen. Tegelijk gold het voor de eenvoudige gelovigen als een materieel bewijs van de werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie. Gelijkaardige eucharistische bloedwonderen, gekoppeld aan de beschuldiging van joden, kwamen in de Middeleeuwen vaak ook elders in Europa voor. Men interpreteerde zelfs schimmelvlekken op hostiebrood als sporen van het bloed van Christus.

Er wordt verteld dat het glasraam dat de legende van het Sacrament van Mirakel weergeeft, gefinancierd werd door het koningshuis.

Monument aan de Arbeid

Het Monument aan de Arbeid is één van de belangrijkste werken van Constantin Meunier. Hij werkte er de laatste tien jaar van zijn leven aan.

Monument arbeidHalverwege de jaren 1880 verwierf Constantin Meunier (eindelijk) naambekendheid. Sinds het einde van de jaren 1870 interesseerde hij zich voor de industrie en de toestand van de arbeidersklasse. Dat zien we in een aantal van zijn schilderijen, maar voornamelijk in zijn beeldhouwwerken. Hij kreeg het idee om verschillende sculpturen samen te brengen in één monument, dat de bekroning van zijn oeuvre zou vormen.

In 1901 riep Meunier de hulp in van Victor Horta die vijf varianten ontwierp voor de architecturale opstelling van de reliëfs en de beelden.

Onder druk van de publieke opinie kocht de overheid het werk in 1903 aan.

Bij zijn overlijden in 1905 was nog niets beslist over de installatie. Uiteindelijk werd het Laken, vlakbij het kanaal.

Voor de onthulling was het wachten tot 12 oktober 1930, maar liefst 25 jaar na zijn dood. Maar koning Albert en koningin Elisabeth waren wel aanwezig.

Het Meuniermuseum is in Elsene, Abdijstraat 59: zijn oude atelier.

Kanaal Brussel-Charleroi

Het idee om Charleroi en Brussel te verbinden via een kanaal ontstond al in de 16de eeuw. De Zenne kon toen door dichtslibbing niet meer functioneren als ontsluitingsvaarweg voor Brussel en het nieuwe kanaal dat Brussel vanaf 1561 verbond met de Rupel en de Schelde inspireerde. Onder Willem in, in 1827 werd de eerste spadesteek gezet. Pas in 1832 was het Kanaal van Charleroi naar Brussel klaar. Het verbond de steenkoolbekkens rond Charleroi met Brussel en Antwerpen. Dat laatste stuk verloopt langs het kanaal Brussel-Willebroek. De namen van de kaaien in Anderlecht en Sint-Jans-Molenbeek herinneren ons aan die periode.

brussel02xg3
Een “bakeke” dat aanvankelijk alleen geschikt was voor de “baquets” die gebruikt werden voor kolentransport. 

Het werd een kanaal van maar 2m diep, slechts bevaarbaar voor kleine boten tot 70 ton. Over een afstand van 74,5km moesten 55 sluizen gebouwd worden, 2 bruggen en een tunnel. Om van Charleroi naar Brussel te varen waren 3 dagen nodig! Het kanaal werd vooral gebruikt voor de afvoer van steenkool.

Onder weg moest er een hoogteverschil van 70 meter overwonnen worden. Hiervoor werd de vallei van de Samme gevolgd. Omdat de streek arm aan water is, werd er in plaats van nog meer kleine sluizen de 1267 m lange Tunnel van La Bête Refait gebouwd. Deze tunnel was zo donker dat de paarden die de schepen door het kanaal trokken er niet door durfden. Hierdoor moesten de schepen met mankracht door de tunnel getrokken worden.

Ondanks de vele nadelen was het kanaal lange tijd één van de belangrijke watertransportassen in België. Het verbindt immers het Scheldebekken met het Samber- en Maasbekken: via het Centrumkanaal staat het in verbinding met de Bovenschelde en via de gekanaliseerde Samber met de Maas.

Al snel was er behoefte aan grotere capaciteit. Tussen 1854 en 1857 werd het kanaal vergroot voor schepen tot 350 ton. De oude tunnel kon niet aangepast worden. In 1885 kwam er een nieuwe tunnel: 1050m lange en 8m breed: de Tunnel van Godarville.

In de jaren 20 van de 20ste eeuw werd het kanaal tussen Brussel en de staalfabrieken van Clabecq vergroot naar 600 ton. De sluizen werden aangepast voor schepen tot 1350 ton, voor het geval het kanaal verder verbouwd zou moeten worden.

Slachthuis_Anderlecht_Postkaart_7_Spoorwegbrug
Spoorwegbrug over het kanaal, slachthuizen Anderlecht

Na de Tweede Wereldoorlog werd beslist het gehele kanaal bevaarbaar te maken voor schepen tot 1350 ton. Aangezien de Samme noch de Tunnel van Godardville de aanpassingen aankonden, diende tussen Ronquières en Godarville een nieuw tracé gebouwd te worden. De oplossing was het hellend vlak van Ronquières: over een afstand van 1400 m wordt 68 m hoogteverschil overbrugd door de schepen in een gesloten waterbak over een helling van 5% omhoog te rollen. Ter hoogte van de Tunnel van Godarville werd de heuvel nu doormidden gegraven zodat een nieuwe tunnel overbodig werd.

Sinds 1970 wordt het kanaal steeds minder gebruikt. De hoge eisen van het hedendaagse scheepvaartverkeer, de scherpe concurrentie van weg- en spoortransport, het wegvallen van het steenkooltransport en de algemene economische recessie in Wallonië zijn daar de belangrijkste oorzaken van. Pas vrij recent is opnieuw een lichte kentering merkbaar. Ook de pleziervaart vindt meer en meer zijn weg naar de vele bezienswaardigheden van dit toch wel vreemde kanaal. Restanten van de eerste tunnel zijn terug te vinden langs de oevers van het nieuwe kanaal. De vele sluizen en de Tunnel van Godarville op de gekanaliseerde Samme raakten in verval.

Nu vaart een schip op één dag van Charleroi naar Brussel.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑