In de Zuidstraat staat de Académie Royale des Beaux-Arts, een instelling van het kunstonderwijs van de Franse Gemeenschap oftewel Fédération Wallonie-Bruxelles. Er wordt lesgegeven op het niveau van het secundair en het hoger onderwijs.

KASK-1935De geschiedenis ervan gaat terug tot in het begin van de 18de eeuw. In 1711 gaf het stadsbestuur aan gilden de toestemming om tekenles te geven in een aantal kamers van het stadhuis. Na onenigheid verhuisden de lessen na een herberg.

Het was Karel van Lotharingen die de academie in 1762 opnieuw tot leven wekte door de school zijn ‘hoge bescherming’ te verlenen. In 1768 werd het de Académie de Peinture, Sculpture et Architecture. Na de inval van de Fransen werd de school opnieuw gesloten tot in 1800.

Na de Belgische onafhankelijkheid kreeg de academie het voorzetsel ‘Koninklijk’ en vond het onderdak in het voormalige Granvellepaleis in de huidige Stuiverstraat en in de kelders van het Nijverheidspaleis, waar vandaag het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten gevestigd is.

De academie betrekt de huidige gebouwen sinds 1876. Architect Pierre-Victor Jamaer paste het voormalige Bogaardenklooster en weeshuis aan voor de onderwijsactiviteiten. Op de gevel ontdekken we de letters S.P.Q.B., een devies dat refereert aan het Romeinse S.P.Q.R. en dat we terugvinden in wapenschilden en -spreuken van verschillende steden (o.m. Brugge). In het geval hier refereert het zowel naar het grootse verleden van Brussel (Senatus Populusque Bruocsella) als naar het streven van de jonge Belgische 19de eeuwse natie (Senatus Populusque Belgicus) om een plaats te veroveren op de wereldkaart. 

De leiding van de school was in handen van o.m. Victor Horta en Paul Delvaux. Koekelbergse beeldhouwers Eugène Simonis en Charles Stepman gaven er les. Bekende leerlingen waren onder andere Vincent van Gogh, James Ensor, Paul Delvaux, René Margritte, Constantin Meunier, Rik Wouters, Rik Poot en vele anderen. Sommigen studeerden er af, anderen vonden dat hun leraren er niets van bakten…

Advertenties