De legende van Tijl Uilenspiegel verscheen wellicht voor het eerst in het begin van de 16de eeuw in het Hoogduits door Johann Grünninger uit Straatsburg. Een paar jaar later werd het uitgegeven door Jan van Droesborch uit Antwerpen.

Het verhaal speelde zich af in Duitsland. Tijl Uilenspiegel werd in 1300 geboren in Knellingen aan de Elm in Duitsland. In de eerste Nederlandse vertaling heette hij niet Tijl maar Claes. Tijl zag het niet zitten om een ambacht te leren en probeert in zijn levensonderhoud te voorzien door allerhande trucjes en listen uit te halen. Ondertussen reist hij door Duitsland: Braunschweig, Maagdenburg, Lübeck, Berlijn… en ook door andere landen. Zo komt hij ook in Antwerpen, Rome, Praag en Parijs. De sage eindigt met zijn dood rond 1350. Hij is begraven in het Duitse plaatsje Mölln: bij de Sint Nicolai kerk vindt men er een gedenksteen uit de 16de eeuw.

Honderdvijftig jaar geleden, in 1867, gaf Charles De Coster “la Légende d’Ulenspiegel’ uit. In 1869 kreeg het de titel “La légende et les aventures héroiques, joyeuses et glorieuses d’ Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs”.

TUIn het verhaal van De Coster wordt Tijl Uilenspiegel geboren in Damme op 21 mei 1527, niet toevallig dezelfde dag als de latere koning Filips II – de zoon van Keizer Karel V die het aan de stok kreeg met de Nederlanden.

Na een dispuut met de geestelijkheid moet Tijl op boetereis naar Rome. Bij zijn terugkeer is zijn vader, Klaas, gedood op de brandstapel. Dat verklaart waarom Uilenspiegels verhaal zich afspeelt in het Vlaanderen tijdens de Tachtigjarige oorlog (1568-1648). Samen met Lamme Goedzak en zijn vriendin en zoogzuster Nele verzet hij zich tegen de Spaanse overheersing.

Charles De Coster werd op 20 augustus 1827 geboren in München, waar zijn vader werkte als hofmeester van de apostolische nuntius bij het Beierse hof en zijn moeder als linnenvrouw. Vader De Coster was een Vlaming afkomstig uit Ieper, zijn moeder was Waalse uit Hoei.

In 1831 verhuisde het gezin naar Brussel. Kort nadien overleed zijn vader. De middelbare school volgde Charles aan het “Collège Saint Michel”. Niet te verwarren met het huidige Collège Saint-Michel in Etterbeek, lag het toenmalige college in Brussel: daar waar nu het Sint-Jan-Berchmanscollege is.

Tijdens die jezuïetenopleiding verliest de streng katholiek opgevoede De Coster zijn geloof. Kan het ook anders?

Na het middelbaar onderwijs gaat hij aan de slag bij de Société Générale. Hij voelt er zich als een vis op het droge. Zijn dromen liggen elders en in 1850 neemt hij ontslag om rechten te studeren aan de ULB. Hier ontwikkelt hij zijn democratische en antiklerikale ideeën. In 1855 verlaat hij de ULB met een kandidaatsdiploma in de Letteren. Een academische carrière was niet meteen voor hem weggelegd.

In 1847 richt hij met enkele vrienden de literaire kring “La Société des Joyeux” op. Aan de ULB was hij lid van de literaire kring Lothoclo. Hij werd sterk beïnvloed door Alfons Willems, medestichter van het “Nederduits Taalminnend Studentengenootschap Schild en Vriend”, wat later “Geen Taal, Geen Vrijheid” werd.

Tijdens zijn studententijd werkte hij onder meer als journalist en als letterkundige. Hij publiceerde in La Revue Nouvelle” het tijdschrift van de kring Lothoclo, in het in 1854 opgerichte La Revue Trimestrielle” en in het door Félicien Rops opgerichte satirisch en antiklerikaal tijdschrift “Uylenspiegel : journal des débats artistiques et littéraires”.

Tegelijk wordt hij verliefd op de vijf jaar jongere Elise. Zij is nogal nuchter en verstaat zijn romantische bevlogenheden en literaire ambities niet goed. Zij begrijpt echter maar al te goed dat haar ouders nooit zullen instemmen dat zij met een dromer zonder status trouwt. Hun relatie stopt definitief in 1858 na zeven jaar hoop, ontgoocheling, twisten en verzoening.

CharlesdeCosterIn 1860 gaat Charles De Coster aan de slag op het rijksarchief. Daar verzamelt hij alle materiaal voor “La légende d’Ulenspiegel”. Hij nam ontslag in 1864 om het werk klaar te krijgen voor de vijfjaarlijkse literatuurprijs van 1867. Het werk had niet het verhoopte succes. Daarom werd hij in 1870 leraar aan de Krijgsschool en studiebegeleider aan de Militaire School.

De Coster stierf straatarm en zo goed als vergeten in 1879. Het zou nog meer dan dertig jaar duren vooraleer zijn “La légende d’Ulenspiegel’”de erkenning zou krijgen dat het verdiend. Vandaag wordt het vrijwel overal beschouwd als een meesterwerk van de wereldliteratuur.

De vrijzinnige, Franstalige Brusselaar uit Elsene is voor Vlamingen vaak een wat omstreden figuur.

Tussen 21 oktober 1860 en 11 augustus 1861 was hij actief als politiek journalist. Onder het pseudoniem Karel, schrijft hij een zestigtal artikels over het imperialisme van Napoleon III, de eenmaking van Italië, het klerikalisme en de arbeidsproblematiek (L’aventure blanquiste de Charles De Coster). Tevens was hij sinds 1858 ingewijd als Vrijmetselaar bij “Les Vrais Amis de L’Union et du Progrès” van het Grootoosten van België. Dat zal ongetwijfeld meegespeeld hebben bij de ondermaatse waardering van “La légende d’Ulenspiegel”. De legende speelt zich af in Vlaanderen, maar werd in het Frans geschreven door een Brusselaar. Hij vertolkte een visie uit de negentiende eeuw om een nationale symboliek te creëren.

Vlamingen hadden met de “Leeuw van Vlaanderen” van Hendrik Conscience hun legende over het enige deel van België dat ooit deel had uitgemaakt van Frankrijk: La Flandre. De leeuw stond symbool voor de koning der Belgen.

Charles De Coster vond de symboliek voor de Brusselse identiteit eveneens in de Vlaamse culturele traditie: Tijl Uilenspiegel uit Damme, de verzetsheld tegen de Spaanse totalitaire overheerser. Als Brusselse telg van het Franstalig onderwijs vertolkte hij die nationale symboliek via de Frans-Belgische literatuur. Als Franstalige wil hij “een taal die haar herkomst niet zou verloochenen en die de draagster kan zijn van de symboliek van een in het Frans geschreven Vlaams epos dat de Belgische identiteit moest helpen versterken”. [Christian Berg, De Frans-Belgische literatuur en haar ‘Vlaamse school’ (1830-1880) p. 127] Het is erkenning van de Vlaamse cultuur die we in de negentiende eeuw (en begin van de twintigste eeuw) terugvinden bij verschillende Frans-Belgische auteurs, zoals Camille Lemonnier, Emile Verhaeren, Georges Rodenbach, Maurice Maeterlinck, Max Elskamp, Michel de Gelderode en zelfs Jacques Brel, maar die tot op vandaag niet gesmaakt wordt in mainstream leidende Vlaamse kringen…

Deze manier van denken was zelfs de Brusselse politiek niet vreemd in die tijd: Brussels burgemeester Charel Buls en zijn schoonbroer, Léon Vanderkindere, burgemeester van Ukkel – beiden Franstalige liberalen – zetten zich in voor de erkenning van het Nederlands in België. Zij waren zelfs lid van de Vlaamsgezinde vereniging “Vlamingen Vooruit”.

Op die manier is “La légende d’Ulenspiegel” een Franstalig huldebetoon aan Vlaanderen. Ongewoon was dat niet in die tijd: Franstalig België (ook in Vlaanderen) vond in het Vlaamse hét element om zich van Frankrijk te onderscheiden.

De Vlaamse ontvoogdingsstrijders hielden en houden het liever bij Hendrik Conscience en het symbool voor de koning der Belgen…

Charles De Coster overlijdt op 7 mei 1879 te Elsene, waar hij sinds 1831 woonde. Hij ligt er begraven. Op 22 Juli 1894 werd door het gemeentebestuur van Elsene op het Eugère Flageyplein een gedenkteken ingehuldigd. 

Bronnen: Roel Jacobs; VUB (website: Charles De Coster); Consciencebibliotheek (website 150 jaar Uilenspiegel); schrijversgewijs.be

Advertenties