In de veertiende eeuw vroegen de hertogen van Brabant aan de joden om handel te komen drijven aan de huidige Kunstberg. Daar ontstond een Joodse wijk met vier Jodentrappen en een Jodenberg. Vandaag is er nog één jodentrap over.

sam_0373-1

Op Goede Vrijdag 1370 zou men in de Synagoge van de wijk gestolen hosties met een dolk doorboord hebben zodat er bloed uitvloeide. Die profanatie kostte het leven aan zes Joodse families: ze werden beschuldigd van diefstal en profanatie en werden op de brandstapel gezet. Hun bezittingen werden verbeurd verklaard.

Hun schuld werd nooit bewezen: de legende van het heilig sacrament stamt dan ook niet alleen uit Brussel. Maar voor de katholieken waren de bloedende hosties een mirakel dat de terechtstelling legitimeerde. Nochtans is er een wetenschappelijke verklaring voor de verkleuring van de hosties: als ongedesemd brood in vochtige omstandigheden bewaard wordt, verschijnt er na een tijd een roodachtige schimmel: het bloed van Christus.

Een glasraam in de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele herinnert ons aan die antisemitische vervolging.

Tussen Bozar en Old England vind je de Ravensteinstraat, die in 1853 genoemd werd naar het huis van de Bourgondische familie Van Cleef-Ravenstein. De straat zoals we ze vandaag kennen, dateert van het begin van deze eeuw. Vroeger was ze veel smaller en slechts half zo lang toen ze van de Hofberg tot de Terarkenstraat liep, waar ze eindigde op een reeks trappen.

De overblijvende trap was de meest oostelijke van de vier zogenaamde Jodentrappen die in de 12de-13de eeuw door de Joodse bewoners in de noordflank van de Koudenberg werden uitgegraven en die ze ook bewoonden tot de jodenvervolging van 1370.

Later namen adellijke families er hun intrek. De huidige benaming kwam er in de 18de eeuw en verwijst naar de hertog van Villa Hermosa, gouverneur-generaal van de Nederlanden in 1675-1681, maar vermoedelijk afgeleid van een uithangbord. De oostzijde werd vanouds ingenomen door het voormalige Hof van Hoogstraten, met een teruggaand tot de 14de eeuw. Een ander ruim herenhuis op de westelijke hoek met Terarken werd in 1834 in loten verkocht. De straat werd een (doodlopende) gang na het optrekken van het Paleis van Schone Kunsten in de Ravensteinstraat.

Advertenties