Wat historici ook mogen beweren: het is duidelijk dat de kathedraal speciaal gebouwd werd om slechtvalken te kweken. Dat had men toen al door.

SM-SG

Slechtvalken zijn de snelste vogels ter wereld: met een snelheid van om en bij de 400 km per uur kunnen ze zich op een prooi storten! Die roofvogel was bijna verdwenen uit Europa en Noord-Amerika. Maar sinds 1994 is ze terug in België!  Het eerste koppel installeerde zich in de top van een koeltoren van de kerncentrale van Tihange. In 2015 werden er al tussen de 145 en 155 koppeltjes gemeld in België. Sommige nestelen zich op klippen, andere op telefoonmasten, nog andere helemaal op de top van een hoog gebouw. In de lente van 2004 installeerde zich een koppel op de top van de noordelijke toren van de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in het hart van Brussel. Jaar na jaar steeg het aantal Slechtvalken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In  2015 werden er 12 koppels geteld. Het wijfje op de kathedraal werd in 2002 geboren in 2002 in Duitsland. Samen met haar mannetje (een zoon uit 2008) heeft ze in april 2016 op de kathedraal 3 eieren uitgebroed. Het jongste kuiken heeft het niet overleefd.

Al in de 9de eeuw  stond hier een kapel, waarschijnlijk toegewijd aan St.-Michiel. In de 11de eeuw werd op dezelfde plek een Romaanse kerk gebouwd. In 1047 werden de relikwieën van Sint-Goedele er begraven. Vanaf dan werd het een kapittelkerk met de dubbele naam “collegiale kerk van Sint-Michiel en Sint-Goedele”.  In 1226 startte de bouw van het gotische koor, waarrond de rest van de kerk in Brabantse gotiek werd opgetrokken. In februari 1962 kreeg ze de rang van kathedraal en sindsdien is ze samen met de St-Romboutskathedraal te Mechelen de zetel van de aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Tijdens de restauratie van 1982 tot eind 1999 werden de restanten van de voormalige romaanse kerk blootgelegd, evenals de  romaanse crypte onder het hoogkoor.

In de kerk zijn veschillende kunstwerken te bewonderen : glasramen en biechtstoelen uit de 16de eeuw, biechtstoelen uit de 17de eeuw, wandtapijten uit de 19de eeuw en vijftien neogotische glasramen uit de 19de eeuw in beide zijbeuken van het schip.

Eén van de glasramen verwijst naar legende van het Sacrament van het Mirakel. In 1370 zouden hosties op miraculeuze wijze beginnen bloeden zijn nadat ze door de Brabantse joden in de synagoge van Brussel met messteken waren doorboord. De relieken werden vereerd als het Sacrament van Mirakel. Daarna werden een zestal joden uit Brussel en Leuven op de brandstapel terechtgesteld. Ze werden beschuldigd van diefstal en profanatie (heiligschennis) van het Heilig Sacrament. Joodse goederen werden verbeurd verklaard. Later, in de 17de en 18de eeuw, werd beweerd dat de joden in 1370 voor eeuwig uit het hertogdom Brabant werden verbannen. De schuld van de joden werd uiteraard nooit bewezen, integendeel, net zoals het materiële feit van de hostieprofanatie nooit vastgesteld werd. Alleen het geloof in het zogenaamde mirakel van de bloedende hosties legitimeerde de terechtstelling. De joden werden beschuldigd om het mirakel geloofwaardig te maken. Het zogenaamde mirakel bood een welgekomen gelegenheid om zich van de Joden te ontdoen. Tegelijk gold het voor de eenvoudige gelovigen als een materieel bewijs van de werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie. Gelijkaardige eucharistische bloedwonderen, gekoppeld aan de beschuldiging van joden, kwamen in de Middeleeuwen vaak ook elders in Europa voor. Men interpreteerde zelfs schimmelvlekken op hostiebrood als sporen van het bloed van Christus.

Er wordt verteld dat het glasraam dat de legende van het Sacrament van Mirakel weergeeft, gefinancierd werd door het koningshuis.

Advertisements