Het idee om Charleroi en Brussel te verbinden via een kanaal ontstond al in de 16de eeuw. De Zenne kon toen door dichtslibbing niet meer functioneren als ontsluitingsvaarweg voor Brussel en het nieuwe kanaal dat Brussel vanaf 1561 verbond met de Rupel en de Schelde inspireerde. Onder Willem in, in 1827 werd de eerste spadesteek gezet. Pas in 1832 was het Kanaal van Charleroi naar Brussel klaar. Het verbond de steenkoolbekkens rond Charleroi met Brussel en Antwerpen. Dat laatste stuk verloopt langs het kanaal Brussel-Willebroek. De namen van de kaaien in Anderlecht en Sint-Jans-Molenbeek herinneren ons aan die periode.

brussel02xg3
Een “bakeke” dat aanvankelijk alleen geschikt was voor de “baquets” die gebruikt werden voor kolentransport. 

Het werd een kanaal van maar 2m diep, slechts bevaarbaar voor kleine boten tot 70 ton. Over een afstand van 74,5km moesten 55 sluizen gebouwd worden, 2 bruggen en een tunnel. Om van Charleroi naar Brussel te varen waren 3 dagen nodig! Het kanaal werd vooral gebruikt voor de afvoer van steenkool.

Onder weg moest er een hoogteverschil van 70 meter overwonnen worden. Hiervoor werd de vallei van de Samme gevolgd. Omdat de streek arm aan water is, werd er in plaats van nog meer kleine sluizen de 1267 m lange Tunnel van La Bête Refait gebouwd. Deze tunnel was zo donker dat de paarden die de schepen door het kanaal trokken er niet door durfden. Hierdoor moesten de schepen met mankracht door de tunnel getrokken worden.

Ondanks de vele nadelen was het kanaal lange tijd één van de belangrijke watertransportassen in België. Het verbindt immers het Scheldebekken met het Samber- en Maasbekken: via het Centrumkanaal staat het in verbinding met de Bovenschelde en via de gekanaliseerde Samber met de Maas.

Al snel was er behoefte aan grotere capaciteit. Tussen 1854 en 1857 werd het kanaal vergroot voor schepen tot 350 ton. De oude tunnel kon niet aangepast worden. In 1885 kwam er een nieuwe tunnel: 1050m lange en 8m breed: de Tunnel van Godarville.

In de jaren 20 van de 20ste eeuw werd het kanaal tussen Brussel en de staalfabrieken van Clabecq vergroot naar 600 ton. De sluizen werden aangepast voor schepen tot 1350 ton, voor het geval het kanaal verder verbouwd zou moeten worden.

Slachthuis_Anderlecht_Postkaart_7_Spoorwegbrug
Spoorwegbrug over het kanaal, slachthuizen Anderlecht

Na de Tweede Wereldoorlog werd beslist het gehele kanaal bevaarbaar te maken voor schepen tot 1350 ton. Aangezien de Samme noch de Tunnel van Godardville de aanpassingen aankonden, diende tussen Ronquières en Godarville een nieuw tracé gebouwd te worden. De oplossing was het hellend vlak van Ronquières: over een afstand van 1400 m wordt 68 m hoogteverschil overbrugd door de schepen in een gesloten waterbak over een helling van 5% omhoog te rollen. Ter hoogte van de Tunnel van Godarville werd de heuvel nu doormidden gegraven zodat een nieuwe tunnel overbodig werd.

Sinds 1970 wordt het kanaal steeds minder gebruikt. De hoge eisen van het hedendaagse scheepvaartverkeer, de scherpe concurrentie van weg- en spoortransport, het wegvallen van het steenkooltransport en de algemene economische recessie in Wallonië zijn daar de belangrijkste oorzaken van. Pas vrij recent is opnieuw een lichte kentering merkbaar. Ook de pleziervaart vindt meer en meer zijn weg naar de vele bezienswaardigheden van dit toch wel vreemde kanaal. Restanten van de eerste tunnel zijn terug te vinden langs de oevers van het nieuwe kanaal. De vele sluizen en de Tunnel van Godarville op de gekanaliseerde Samme raakten in verval.

Nu vaart een schip op één dag van Charleroi naar Brussel.

Advertisements