V”Met twee talen kun je meer zeggen voor dezelfde prijs,” zegt de Brusselgids Roel Jacobs: “Trouwens, on ne traduit nulle part comme on traduit à Bruxelles. Een bekend voorbeeld is Grote Markt/Grand-Place. De Nederlandse naam verwijst naar de historische markt, maar toen het plein van politieke betekenis werd, moest het Grand-Place heten, en natuurlijk in het Frans. Het geval Vossenplein/Place du Jeu de Balle dan. Tot de negentiende eeuw waren de Marollen een wirwar van doodlopende steegjes. Ook de metaalfabriek Usine du Renard, opgericht in 1839, was slechts bereikbaar langs één straatje, de al in de vijftiende eeuw gekende Vossestroet. Naar dat diertje werd de fabriek vernoemd. Al was dat geen officiële straatnaam, die bestonden in het oude regime nog niet. Ze kan haar naam ontleend hebben aan een kroeg In den Vos op de hoek met de Hoogstraat, of misschien kreeg de kroeg de naam van de straat, een kip-eivraag.”

De fabriek was maar enkele jaren actief, in 1843 zou er toch één locomotief afgewerkt zijn. De verlaten ateliers gebruikte Antoine Wiertz voor zijn monumentale schilderijen en ook het aangrijpende Twee meisjes-De mooie Rosine werd hier geschilderd.

Wanneer de fabriek in 1854 wordt gesloopt, komt de Franse naam in zicht. Ze moet plaats maken voor een nieuwe straat, een nieuwe brandweerkazerne en een plein, voorbehouden “au jeu et à la récréation”, weet Jean Heyblom van de Cercle d’Histoire de Bruxelles. Het was een saneringsproject van schepen-journalist Michel-Auguste Blaes.

Jacobs: “Blaes overleefde het plan niet en zo kwam het dat de straat naar hem werd vernoemd. Op het plein werd een kaatsbaan uitgelijnd, voor het kaatsspel, in het Frans jeu de balle (of balle pelote), dat in Brussel toen nog heel populair was. Deze functie gaf het plein zijn naam, Place du Jeu de Balle, en zoals u weet, werd er in de negentiende eeuw in Brussel Frans geschreven, maar Vloms dialect gesproken. Het volk bleef van het Vosseplaain spreken omdat het aan de Vossestroet lag.”

Kaatsspelplaats vind je nog wel eens terug, bijvoorbeeld in een rapport uit de jaren 1930 over de gangen (impasses) van Brussel, maar die naam werd in 1955 officieel veranderd in Vossenplein.

Op het Vossenplein/Place du Jeu de Balle wordt vandaag niet meer gekaatst, maar het jaar rond elke voormiddag rommelmarkt gehouden. Zo verwierf het plein zijn officieuze namen: de Oude Markt of Le Vieux Marché. De markt van vodden en oude rommel was in 1873 overgeheveld van het Anneessensplein, dat van dan af de ‘oude oude markt’ werd genoemd, naar de ‘nieuwe oude markt’ in de Marollen.

“De voddenmarkt is wereldkampioen op het gebied van namen in het Marolliens,” zegt Jacobs. Op de hoek met de Reebokstraat kan je op een plaat de namen aflezen: Den  Met (snuif de sfeer in het Kuifje-album Et gehaaim van De Licorne), Le Vieux Marché, Vosseplaain, Loeizemet, Marché aux Puces en wat Jacobs zelf de mooiste vindt: Hirsch par terre. “Hirsch was de ‘Innovation’ van vroeger,” zegt Jacobs. Dat weet ook oud-journalist Geert van Istendael: “Hirsch was een luxueuze winkel in de Nieuwstraat. Maar op het Vossenplein lag de ‘luxe van Hirsch’ op de grond. Dat werd in een liedje op het refrein van Sous les ponts de Paris gezongen: ’t Es op et Vosseplaain/dat alleman moo saain/ge lupt doê mo tusse/ge lupt doê mo rond/’t leit allemoêl Hirsch par terre op de grond. Spot zit de Brusselaar in het merg,” aldus Van Istendael.

(Bron: An Devroe, Luana Difficile in Bruzz, 12 mei 2016)

Advertisements