Het kanaal van Brussel naar Willebroek is een van de oudste bevaarbare kanalen van België en Europa. Het werd gegraven in de 16de eeuw. Oorspronkelijk was het kanaal zo’n 28km lang en maximaal 30m breed en in het gehucht Klein Willebroek mondde het uit in de Rupel. 

Net voorbij Mechelen, aan het Zennegat, mondt de Zenne uit in de Dijle. In het begin van de 15de eeuw al dachten de Brusselaars een kanaal dat de Brussel met de Schelde verbond. Het scheepvaartverkeer van en naar Antwerpen werd steeds belangrijker.  

Ook de centrale overheid zag dat in. In 1477 gaf Maria van Bourgondië Brussel de toelating voor het graven van een kanaal. In 1531 bevestigde keizer Karel V die nog eens. Bijna twintig jaar later werd de eerste spadesteek gedaan.. 

Het kanaal moest 28 kilometer lang worden en men diende een hoogteverschil van 14 meter te overwinnen. Hiervoor waren dubbele sluizen nodig waarin schepen konden versassen. 

Op 16 juni 1550 trok de magistraat van Brussel in vol ornaat naar Willebroek om er het startsein te geven. Drie maand later startten de werken in Brussel, onder leiding van burgemeester Jan van Locquenghien, heer van Koekelberg

De onderneming kostte zo’n 800.000 gulden. Brussel sloot leningen af en hief nieuwe belastingen om de interest te betalen. De werken verliepen niet zonder problemen. 

Er werden bruggen gebouwd in bouwde men in Laken, Vilvoorde, Grimbergen (Verbrande Brug), Humbeek, Kapelle-op-den-Bos en Willebroek. In Brussel werden de oevers uitgerust met stenen kaaien voor het lossen en laden van schepen. 

De vaart was klaar in 1561: Brussel vierde feest. Van koning Filips II mocht Brussel “ten gerieve van den gemeynen cooplieden ende andere ingesetenen onser landen van herweerts overe” en met “sekere menighte van schuyten ende schepen” regelmatig passagiersvervoer organiseren. Dat was een wereldprimeur.

Dagelijks trokken paarden de grote, platte schuiten naar Willebroek en terug. In Klein-Willebroek stapten de passagiers over op grote zeilschepen of heuden die over Rupel en Schelde naar Antwerpen voeren. 

In 1575 vaardigde de overheid een ordonnantie uit die bepaalde dat het traject Brussel-Willebroek maar vijf uur mocht duren. In Brussel vertrokken de schuiten ‘s winters om 7 uur en in de zomer om 6 uur. De pachter van de lijn moest zijn schepen zó uitrusten dat ook hooggeplaatste lieden comfortabel konden reizen. In 1573 gebruikte men voor het eerst een met ijzer belagen schuit die door vele paarden werd getrokken om het ijs op de vaart te breken. 

In het hart van Brussel werden al snel na de opening van het kanaal verschillende dokken aangelegd (o.a. Sint-Katelijnedok). Eind 19de eeuw werden ze gedempt, maar vandaag herkent men ze nog aan een aantal straatnamen (Hooikaai, Basksteenkaai, Arduinkaai…).

De loop van het kanaal in Brussel werd verlegd om aansluiting te geven op het Kanaal Charleroi-Brussel dat in 1832 werd geopend. Hierdoor ontstond een directe verbinding tussen de haven van Antwerpen en het industriebekken rond Charleroi.

In 1896 werd de beheersmaatschappij NV Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel opgericht, in de volksmond gekend als de Maritime. Deze maatschappij moderniseerd het kanaal vanaf 1900. In 1922 werd het gemoderniseerde kanaal in gebruik genomen, waarbij de monding in de Rupel bij Klein-Willebroek verlegd werd naar de nieuwe sluis van Wintam. De sluizen van Drie Fonteinen en Humbeek werden vervangen door de sluis van Kapelle-op-den-Bos.

Deze modernisering speelde een cruciale rol in de industrialisering van de kanaalzone. Vooral rond Vilvoorde vestigde zich een hele resem bedrijven, actief in de zware industrie:

In 1965 werd opnieuw gemoderniseerd. Het kanaal werd uitgediept en verbreed tot 55m (25m voor de sluizen). Hierdoor is de haven van Brussel is nu bereikbaar voor zeeschepen tot 4500 ton en binnenschepen (duwvaartkonvooien) tot 9000 Ton. In Willebroek, bij het insteekdok van Verbrande Brug en in de haven van Brussel werden containerterminals gebouwd om het gecombineerd weg-water transport te bevorderen.

Het kanaal is van kapitaal belang voor de bevoorrading van Brussel in aardolie, die zowat 30% van alle verkeer uitmaakt. In 1974 kende het transport voorlopig een hoogtepunt met 14,4 miljoen ton. Na een terugval is er nu opnieuw een toename merkbaar. Met 7,7 miljoen ton via het kanaal verscheepte goederen is de haven van Brussel de tweede binnenhaven van het land.

 

Bronnen:

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertisements