De Kapellekerk in Brussel herbergt een ware schat aan kunstvoorwerpen, historische bezienswaardigheden en indrukwekkende grafmonumenten. 

 

Net buiten de eerste stadsomwalling van Brussel liet Godfried met de Baard, Hertog van Lotharingen en eerste Hertog van Brabant in 1134 een kapel bouwen ter ere van Onze-Lieve-Vrouw. Het kleine bedehuisje werd door hem geschonken aan de monniken van het Heilig Graf die in het Franse Cambrai vertoefden. Op dezelfde plaats staat nu sinds 1210 de Kapellekerk.

 

Architecturaal aspect 

De 68 meter lange kerk heeft de vorm van een Latijns kruis. In een hoek van de dwarsbeuk met het koorgedeelte zijn nog steeds enkele romaanse overblijfselen van de vroegere kapel zichtbaar. Medio dertiende eeuw werden er de eerste gotische bouwelementen aan toegevoegd. Daarna, tijdens de eerste decennia van de vijftiende eeuw, werd begonnen met de verdere uitbouw van het centrale schip in Brabantse gotiek en werd de kerk verder afgewerkt met niet minder dan twaalf kapellen. Tegelijkertijd verkreeg het godshuis ook een gotische toren. Na de beschieting van Brussel in 1695 door de Franse troepen onder leiding van maarschalk François de Neuville, duc de Villeroy (1644-1730) verkreeg de torenspits zijn huidige karakteristieke barokke bekroning. Het hoofdportaal werd op het einde van de negentiende eeuw door de Brusselse beeldhouwer Constant Meunier (1831-1905) versierd met afbeeldingen verwijzend naar de Heilige Drievuldigheid. Ongeveer in diezelfde periode werd het sombere kerkkoor voorzien van glas-in-loodramen geïnspireerd op die van de kathedraal in het Franse Bouges.

 

Het interieur 

De kerk herbergt een ware schat aan kunstvoorwerpen, historische bezienswaardigheden en indrukwekkende grafmonumenten. Zo valt bij het binnentreden van het godshuis onmiddellijk de prachtige beeldenrij op die de pilaren van de middenbeuk sieren. De sculpturen stellen de apostelen voor en zijn het werk van de befaamde beeldhouwers Duquesnoy de Jonge (ca. 1602-1654) en Lucas Fayd’herbe (1617-1697). Ook de fraaie achttiende-eeuwse preekstoel met als centrale figuur de profeet Elia is een lust voor het oog.

 

Het zijn evenwel de verscheidene praalgraven en de twaalf kapellen die een bezoek aan deze kerk meer dan interessant maken. Zo wordt aangenomen dat in de kapel van de Rozenkrans het lichaam van Pieter Bruegel de Oude (ca. 1520-1569) begraven ligt. Om de nagedachtenis van zijn vader te eren, vroeg zijn zoon Jan (bijgenaamd de Fluwelen Brueghel) later aan Pieter Paul Rubens (1577-1640) een doek te schilderen. Het schilderij, ”Christus geeft de sleutel aan Petrus”, werd in 1765 verkocht aan het Rijksmuseum van Amsterdam. Momenteel verwijst enkel nog een vrij sobere gedenkplaat en een kopie van het oorspronkelijke doek naar de talentvolle schilder die Brueghel ontegensprekelijk was.

In de Sacramentskapel weet de bezoeker dan weer niet waar eerst kijken. Vooreerst is er het praalgraf van de familie Spinola, uitgevoerd door de Antwerpse beeldhouwer Pieter Denis Plummer (1688-1721). Boven de eikenhouten lambrisering zijn een vijftal zeventiende-eeuwe schilderijen te bewonderen met taferelen uit het leven van Christus, waaronder één van van de Vlaamse barokschilder Jacques d’Artois (ca. 1613-1686):“De vlucht naar Egypte”. Centraal valt het altaar op in een typische Vlaamse renaissancestijl. Het vertoont een stralenkrans met in het midden een beeld van de Heilige Dorothea van Cappadocië. Verder is er nog het gedenkteken van de gildedeken Frans Anneesens die in 1719 op de Brusselse Grote Markt werd onthoofd wegens zijn vermeende betrokkenheid bij een volksoproer.

 

In een andere kapel, gewijd aan Margaretha van Antiochië, is een prachtig retabel te zien uit het begin van de zestiende eeuw toegeschreven aan de Meester van Lombeek (zie eerder verschenen artikel : Houten kunstwerken voor de eeuwigheid) Het godshuis doet nu al verscheidene jaren dienst als parochiekerk voor de Poolse gemeenschap in Brussel. Eén van de kapellen is sinds enige tijd dan ook opgedragen aan Onze-Lieve-Vrouw van Czȩstochowa (zie eerder verschenen artikel: De zwarte madonna van Czȩstochowa).

 

De kapel van St-Christoffel herbergt een zwart en rood marmeren altaar uit 1624. Bovenop het altaar een houten borstbeeld van de heilige. Daar tegenover bevindt zich een fijnzinnige kopie van Titiaan’s ‘Ecce Homo’, uitgevoerd door de Antwerpse kunstschilder Gaspar de Crayer (1584-1669).

 

Opmerkelijk zijn eveneens de andere talrijke grafmonumenten, onder meer dat van Charles d’Hovyne (1596-1671), voorzitter in onze gewesten van de private raad van de Spaanse koning Felipe IV. Het indrukwekkende zwart-wit marmeren praalgraf is een werk van de Brusselse beeldhouwer Jean Van Delen (ca. 1620-1703), schoonzoon en leerling van Lucas Fayd’herbe. Een ander grafmonument behoort toe aan Karel Alexander, hertog van Croy, vermoord in 1624 in zijn paleis aan de Brusselse Ursulinestraat door zijn page die hij had beledigd. Hoeft het na dit alles nog gezegd te worden dat een bezoek aan Brussel onvolledig is zonder een bezichtiging van deze toch bijzondere kerk met haar boeiende geschiedenis en fraai interieur…?

 

 

Rudi Schrever

 

Sourced through Scoop.it from: historiek.net

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertisements