In 1914 was het Koninklijk Circus de grootste zaal van Brussel. De vredesbetoging van 9 juli 1914 lokte volgens getuigen 6.000 mensen, terwijl er slechts 3.000 zitjes waren. 

De massabijeenkomst werd bijgewoond door duizenden linkse sympathisanten. De meeste deelnemers kwamen vooral voor Jean Jaurès, begenadigd spreker en politieke ster aan het Franse socialistische firmament.

De aankondigingen in linkse kranten om op woensdagavond 29 juli 1914 massaal naar het Koninklijk Circus af te zakken voor een internationale meeting en een betoging voor de vrede hadden hun effect niet gemist. Al vroeg in de avond vertakten de aanzwellende wachtrijen zich in lange slierten vanuit de Onderwijsstraat over de hele omgeving van de Vrijheidswijk. In 1914 was het Koninklijk Circus de grootste zaal van Brussel waar een massabijeenkomst van een dergelijke omvang kon worden gehouden. Toch was de capaciteit ontoereikend, want in een mum van tijd zat het circus tot aan de nok gevuld. Veel belangstellenden geraakten niet binnen. Officieel waren er 3.000 zitplaatsen maar volgens sommige ooggetuigen waren er minstens 6.000 aanwezigen.

Het bureau van de Tweede Internationale (de naam van de overkoepelende organisatie van alle socialistische partijen, red.), had een uitgebreid programma samengesteld met gastsprekers uit Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Italië, Nederland en Frankrijk. De socialisten hadden gedreigd met een algemene staking mochten de kapitalisten het tot een wereldbrand laten komen. Ze stonden pal achter Marx’ credo dat proletariërs eigenlijk geen vaderland hadden. Daarom zouden de leiders in Brussel hun afschuw uitdrukken over het wapengekletter in de Balkan dat nu ook heel Europa in zijn val dreigde mee te sleuren.

Top of the bill was de Franse socialistische voorman Jean Jaurès. Een man die even hard door links werd bewonderd voor zijn retorisch talent als door rechts verafschuwd vanwege zijn radicale standpunten. Jaurès was als charismatische spreker in staat om de massa’s in vervoering te brengen met beeldrijke taal. Het publiek in het Koninklijk Circus behoorde niet alleen tot de socialistische of progressieve zuil maar voelde zich aangetrokken door Jaurès-de-redenaar; hij zou een hoopvolle en pacifistische boodschap brengen. Er zaten in het publiek naast arbeiders ook burgers, bedienden, ambachtslui, vrouwen met kinderen en heel wat buitenlanders.

Wanneer Jaurès als laatste het spreekgestoelte bestijgt, krijgt hij een minutenlange ovatie en schreeuwt het publiek “Leve Jaurès! Bravo! Hoera! Vive la France!”. Zijn speech wordt voortdurend onderbroken door toejuichingen en applaus. Jaurès zegt dat hij in de Brusselse straten gelukkige koppels ziet flaneren maar dat hij in de indruk krijgt dat de Dood al met hen meeloopt. Zijn betoog is een striemende aanklacht waarin hij afrekent met de machthebbers: “Zij leiden de volkeren naar de afgrond, maar op het laatste moment aarzelen ze. Ah! Het paard van Attila dat vroeger met opgeheven hoofd galoppeerde, het maakt nog bang, maar het struikelt! We moeten van die aarzeling gebruik maken om de vrede op te leggen.” Na afloop veert iedereen in de zaal recht. Er wordt druk gezwaaid met hoeden en zakdoeken. Emile Vandervelde, als leider van de Belgische Werkliedenpartij (BWP) medeorganisator van de meeting, kan met moeite de meeting afsluiten. De tonen van de Internationale overstemmen zijn aanmaningen om de kalmte te bewaren.

Het is halfelf. De betoging kan vertrekken. De socialistische en liberale militanten wandelen met hun rode en blauwe vlaggen via de Onderwijsstraat en het Vrijheidsplein naar de Schaarbeekse Poort. Goed omkaderd door de politie vervolgen duizenden manifestanten hun weg via de Kruidtuinlaan naar de benedenstad. Via de centrale lanen bereikt de menigte de Grote Markt waar de optocht rond middernacht zonder incidenten wordt ontbonden.

Revolverschot 
Een taxi brengt Jaurès na afloop van de meeting terug naar zijn Brussels hotel: Hôtel Espérance. Op 30 juli is er nog een laatste vergadering van het Bureau van de Internationale in het Volkshuis. Na afloop lopen Jaurès en Vandervelde naar de Zavel. Jaurès probeert Vandervelde gerust te stellen: “De crisis zal aflopen zoals die om Agadir. Het komt en het gaat. Maar het kan niet dat de dingen niet geregeld raken. Ik heb nog twee uur voor mijn trein vertrekt. Laten we nog een bezoek brengen aan uw Vlaamse Primitieven in het Museum voor Schone Kunsten.” Vandervelde moet het aanbod weigeren want hij wordt in Londen verwacht. Ze nemen afscheid van elkaar. Ze zullen elkaar nooit meer zien. Twee dagen later wordt Jaurès door een dolgedraaide nationalist in een Parijs restaurant met een revolverschot in de rug vermoord. Vier dagen na de moord op Jaurès zal Vandervelde samen met zijn socialistische kameraden de oorlogskredieten stemmen in een bewogen parlementszitting. Niets stond de oorlog nu nog in de weg…

Sourced through Scoop.it from: www.brusselnieuws.be

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertenties