Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er in Europa een behoefte aan meer samenwerking tussen de verschillende Europese staten om toekomstige gewapende conflicten te vermijden en om niet volledig overschaduwd te worden door een Amerikaans machtsblok. Dit leidde in 1952 tot de EGKS (de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal). 

Reeds van bij de aanvang bleek er onenigheid te bestaan over de stad waar de zetel van de Europese instellingen zou worden ondergebracht : Frankrijk koos Saarbrücken, Luxemburg koos zijn eigen hoofdstad, Nederland stelde Den Haag voor en België opteerde voor Luik. Men opteerde voor een tijdelijke oplossing en de instellingen werden verdeeld tussen Luxemburg en Straatsburg.

Eind 1957 werd in het Verdrag van Rome de EEG opgericht (Europese Economische Gemeenschap) door de Beneluxlanden, Frankrijk, Italië en Duitsland. De Belgische minister Paul-Henri Spaak stelde Brussel voor als zetel van de Europese instellingen. Opnieuw werd er geen akkoord bereikt tussen de verschillende landen en de instellingen werden (voorlopig) verspreid tussen Brussel ( de Commissie) en Straatsburg (het Parlement). In afwachting van een rapport werd beslist om de administratieve diensten in Brussel onder te brengen. Hiervoor werd tussen de Kortenberglaan en de Blijde Inkomstlaan door Royale Belge een nieuw kantoor gebouwd.

In April 1958 werd een stemming ondernomen om de definitieve keuze te bepalen. Brussel stond vooraan bij de favorieten omwille van de verbeterde infrastructuur (wegens Expo 58) en de neutrale en centrale positie van België. Hoewel Brussel na twee rondes de stemming won, werd de definitieve keuze van een Europese hoofdstad toch uitgesteld. Tevens kwam er een compensatiepolitiek op gang waarbij ook Luxemburg en Straatsburg hun deel van de koek kregen. 

In 1964 kwam Luxemburg met een voorstel om de diensten te hergroeperen en te herverdelen. Op 8 mei 1965 werd het volgende beslist : Brussel kreeg de Europese Commissie, het Economisch en Sociaal comitee, bepaalde diensten van het Parlement, het secretariaat van de Ministerraad en het statuut van ‘plaats waar de raad meestal werkte of vergaderde’. Straatsburg behield het halfrond van het Europees Parlement. Het Parlementair Secretariaat bleef in Luxemburg samen met het Hof van Justitie en de Europese Investeringsbank. 

Vanaf 1981 toonden de Europese parlementsleden zich meer en meer ontevreden met betrekking tot de opdeling van de diensten van het parlement over de drie steden Luxemburg, Brussel en Straatsburg. Op 24 oktober besliste het Parlement zelfs om een nieuw parlementsgebouw op te trekken in de Brusselse Leopoldswijk. Dit stuitte echter op Frans verzet. Later besliste het Europese Hof dat ‘de vergaderingen van het parlement in Brussel een uitzondering moeten blijven’ waardoor Straatsburg zijn slag thuishaalde.

Sourced through Scoop.it from: www.digitaalbrussel.be

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertisements