De naam komt van een Londense uitgaansgelegenheid die in 1732 werd opgericht. De Vauxhall van het Brusselse Warandepark werd gebouwd door een familie van koffiehuishouders en stokers, de Bultos, die al een drankslijterij uitbaatten onder een Turkse tent op de hoek van de Wet- en de Hertogstraat. De klassieke gevel staat onder invloed van de gebouwen in Lodewijk XVI-stijl van het Koningsplein en is ontworpen door architect Louis Joseph Montoyer. De gevel telt negen gelijke traveeën, waarvan de centrale breder is, gemarkeerd door pilasters zonder kapiteel en met een fronton bekroond. Een grote zaal met Korinthische pilasters deed dienst als café en drie kleinere zalen werden benut als restaurant. Zeven paviljoenen, waaronder een Chinees kabinet, waar boekhandels, juwelierszaken en winkeltjes voor prenten en snuisterijen waren gevestigd, lagen toen om het gebouw heen. Van 1820tot 1870 bevond het Concert Noble zich in deze gebouwen. Deze adellijke met de muziekacademie verbonden sociëteit organiseerde er bals en concerten. Ze bouwde tegen het bestaande gebouw een nieuwe feestzaal aan, naar het ontwerp van architect Charles Vander Straeten, in die tijd tevens architect van het Paleis der Academiën en van een nieuw kasteeltje in Tervuren, beide gebouwd in opdracht van de kroonprins der Nederlanden, de latere koning Willem II der Nederlanden. Onder impuls van de Artistieke en Letterkundige Kring die later in het gebouw introk, beleefde de eerste sonate voor viool en piano van de Belgische componist César Franck er dankzij diens leerling, Eugène Ysaÿe, een wereldpremière. Het gebouw werd later nog uitgebreid. De vereniging fuseerde na de oorlog met de exclusieve en uitsluitend Franstalige club, de Cercle gaulois, die vandaag nog over de gebouwen beschikt. Het gebouw is eigendom van de stad Brussel.

Kiosk van de Vauxhall

Achter de Vauxhall, op het einde van het erf, werd een kiosk opgericht in een Moors aandoende stijl. Daar vonden vanaf 1852 de zomerconcerten van de Muntschouwburgplaats. Op verzoek van de stad, die ernaar streefde een uitgedoofde uitgaansgelegenheid nieuw leven in te blazen, werd in 1913 een nieuw houten paviljoen gebouwd naar het ontwerp van architect François Malfait. Het bestond uit een podium met een koepel à l’impériale en versierd met houten latwerk. Tien jaar later al werd het project bij gebrek aan belangstelling opgedoekt.

Veel later zal Baron Eric d’Huart het verkommerde gebouw voor een symbolische frank verwerven en in 1987 restaureren om er zelf te gaan wonen. Hierbij verloor het paviljoen zijn open karakter.

Ondergrondse bunker

Vlak naast de Vauxhall, twaalf meter onder de grond, ligt een verlaten bunker, compleet met telefooncentrale, luchtzuiveringsinstallatie en gasgenerator. Hij is enkele honderden vierkante meter groot en toegankelijk via de kelders van de Cercle royal gaulois. Van daaruit leidden twee onderaardse gangen naar Kamer en Senaat, maar met de aanleg van de Brusselse metro zijn deze gangen afgesneden.

In de jaren 30 gaf het Commissariaat-generaal voor Passieve Luchtbescherming opdracht voor de bouw. Bij de oplevering in 1939 hield de regering-Pierlot er een korte testbijeenkomst. Kort erna brak de Tweede Wereldoorlog uit. De Duitsers kwamen de geheime bunker op het spoor en vestigden er een commandopost van waaruit ze het luchtruim controleerden.  De Gestapo gebruikte hem ook om verzetszenders te onderscheppen. In de beginjaren de Koude Oorlog werd hij omgebouwd tot schuiloord tegen kernwapens. Door de komst van de waterstofbom was dit niet meer afdoende. De Civiele Bescherming bracht er een nationaal waarschuwingscentrum onder, maar daarna werd de site verlaten.

Sourced through Scoop.it from: bruxellesanecdotique.skynetblogs.be

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertenties