De poging tot annexatie bij Frankrijk is mislukt. Het onafhankelijk koninkrijk België wordt opgericht en de Duitse prins en Europese compromisfiguur Leopold van Saksen-Coburg-Gotha wordt tot staatshoofd aangesteld. Hij legt op 21 juli 1831 de eed af op het koningsplein. 

In oktober 1830 wordt Nikolaas-Jan Rouppe burgemeester van Brussel. In de hiernavolgende decennia blijken katholieken en liberalen steeds meer uit elkaar te groeien. Er breekt een lange periode aan van liberale burgemeesters. Op 20 november 1834 wordt door toedoen van Theodor Verhaegen de liberale Universiteit van Brussel opgericht. Deze moest dienen als tegengewicht voor de heropgerichte katholieke universiteit van Leuven. Ook wordt in 1846 de Liberale Partij opgericht in het stadhuis. Met de burgerij aan de macht wordt Brussel vrij vlug een kapitalistische groeipool. Dit uit zich in een explosieve groei van de industrie rond de vijfhoek. Langs het kanaal ontstaan verschillende ververijen, brouwerijen, zeepfabrieken en dergelijke. Op 5 mei 1835 rijdt de eerste trein op het Europese continent tussen Brussel en Mechelen. De bevolking neemt fors toe, vooral door inwijking uit zowel Vlaanderen als Wallonië. De nog grotendeels middeleeuwse stad kan echter niet het comfort bieden voor al deze nieuwe bewoners. Duizenden proletariërs wonen dan ook in armoedige omstandigheden in de vele steegjes en beluiken van de binnenstad. Tegen deze sociale wantoestanden en de economische uitbuiting van de arbeiders wordt meer en meer geprotesteerd, o.a. door Jakob Kats. Deze zoon van een Noordnederlandse familie trachtte de arbeidersklasse bewust te maken door pamfletten en volkstoneel. In 1847 verbleef Karl Marx in Brussel in het café de Zwaan op de grote markt waar hij het Communistisch Manifest schreef. 

Tijdens deze periode begonnen de randgemeenten van Brussel ook te groeien. Vooral Schaarbeek werd belangrijk. Langs de zogenaamde ‘koninklijke route’ werd de Koninklijke Sint-Maria-Kerk opgericht. Rond deze buurt begonnen ook meer en meer prachtige burgerwoningen te verschijnen. In de binnenstad kondigde de nieuwe tijd van urbanisatieprojecten zich aan vanaf 1847 toen de St-Hubertusgalerij werd gebouwd, één van de vroegste voorbeelden wat de bouw van winkelgalerijen in Europa betreft. In 1848 krijgt Brussel een nieuwe burgemeester: Charles de Brouckère. Eén van de verwezenlijkingen van de Brouckère was het afschaffen van de stedelijke octrooirechten. Op 19 juli 1860 (de Brouckère was toen al gestorven) werd de tol aan de stadspoorten officieel opgeheven wat door de bevolking ludiek en luidruchtig gevierd werd op de Grote Markt. 

Toen in 1830 Rouppe burgemeester van Brussel werd, verklaarde hij het Frans tot de enige officiële voertaal van het stadsbestuur. De meerderheid van de bevolking was echter fransonkundig en sprak het Brabants-Brusselse dialekt van de streek. Een aantal vlaamsvoelende leden van de kleinere burgerij begint hiertegen actie te ondernemen wat resulteert in de oprichting van een ‘Grievencommissie’ (K.B. van 27 juni 1856) en de vereniging ‘Vlamingen Vooruit’ op 27 mei 1858 te Sint-Joost-Ten-Node (met o.a. Karel Buls, Léon Vanderkindere, Emile Moyson, César de Paepe, en anderen). 

LEOPOLD II (1865 – 1909) 

Deze periode is van cruciaal belang geweest voor het uitzicht van Brussel. Onder burgemeester Anspach wordt de Zenne overwelfd. De rivier was in de loop der tijden een open riool geworden die daarenboven nog vaak overstroomde. Tevens was de Zenne waarschijnlijk de oorzaak van enkele cholera-epidemies die Brussel teisterden in de 19e eeuw. Boven de loop van de Zenne werd een nieuwe laan aangelegd, de huidige Anneessenslaan en de Anspachlaan. Ter hoogte van het huidige De Brouckèreplein werd de laan gesplitst in de huidige Jacqmainlaan en de Adolf Max laan. Aan weerszijden van de nieuwe wegen werden nieuwe luxueuze huizen, hotels en kantoren gebouwd. In 1873 werd langs de Anspachlaan ook het Beursgebouw opgericht, op de plaats van het vroegere minderbroederklooster. Deze (noodzakelijke) ingreep veranderde de middeleeuwse stadskern op een ingrijpende manier. 

Door toedoen van Leopold II werden verschillende grote projecten gerealiseerd: het Justitiepaleis, het Jubelpark, de Leopold II laan, de Tervurenlaan, de monumenten van het koninklijk park in Laken, de Lambermontlaan in Schaarbeek, het Josaphatpark, enz. 

Vanaf 1881 is Karel Buls burgemeester. Buls is begaan met de leefbaarheid van de stad en vooral met de ontvoogding van de volksmens. Het lager onderwijs wordt weer in het Nederlands gegeven. Verschillende monumenten en historische gebouwen (bv de Grote Markt en de Zwarte Toren) worden door de bescherming van Buls van de ondergang en de sloop gered. Ook onder zijn bewind boekt de Vlaamse beweging in Brussel succes door de oprichting van een Vlaamse Schouwburg, waar Koning Leopold II op 13 oktober 1887 als eerste Belgische koning een Nederlandse toespraak houdt. 

Het Brussel van Karel Buls is de stad van de ‘Belle Epoque’. Tegen het einde van de eeuw ontwerpen een aantal jonge architecten huizen in een nieuwe stijl, de ‘Jugendstil’ of ‘Art Nouveau’. De belangrijkste zijn : Victor Horta (Solvayhuis, Van Eetveldehuis, Innovation, het Volkshuis, zijn eigen huis in de Amerikaanse straat), Hankar, Strauven, Van Massenhoven, Van de Velde, en anderen. Jammer genoeg zijn niet alle creaties van deze stijl in Brussel bewaard gebleven. 

 (Daniel Suy, DigitaalBrussel) 

Sourced through Scoop.it from: www.digitaalbrussel.be

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertenties