Oorspronkelijk was de Kruidtuin veel grootser en getuigde hij van meer verbeelding in een nog onbebouwde omgeving. Vandaag is het een stadspark dat geklemd zit in het verkeersweb van de Brusselse Noordwijk. Van de oorspronkelijke bestemming als botanische tuin blijft alleen de mengeling van stijlen over (Frans, Italiaans en Engels), en de grote variëteit van bomen, doorlevende planten en eenjarigen.

 

EEN VLEUGJE GESCHIEDENIS

De eerste botanische tuin in Brussel lag in de Ruisbroekstraat, in de tuin van het vroegere paleis van Karel van Lotharingen, waar toen een middelbare school was gevestigd. In 1826 bedreigden de uitbreiding van de Koninklijke Bibliotheek en een aantal stadsvernieuwingsprojecten, zoals de afbraak van de stadswallen, het voortbestaan ervan. In een poging om er zoveel mogelijk van te redden, besliste de amateursvereniging „De Koninklijke Maatschappij van kruid-, bloem- en boomkwerkerijen de Nederlanden‟ om de aanleg van een nieuw botanische tuin te financieren aan de rand van de stad, in Sint-Joost-Ten-Node. De 6,37 hectare van het terrein werden ingericht in terrasvorm volgens de plannen van tuinarchitect Charles-Henri Petersen, en later gereorganiseerd op aanwijzingen van een van de stichters van de Tuinbouwvereniging, Jean-Baptiste MeeusWouters. De officiële opening had plaats in september 1829. Ondanks een jaarlijkse regeringstoelage vanaf 1837, stapelden de financiële problemen van de tuinbeheerders zich op. Om daaraan te verhelpen verkochten ze een deel van het terrein voor de bouw van het Noordstation en begonnen ze ook met de verkoop van planten. Daardoor kwamen de oorspronkelijke didactische en wetenschappelijke doelstellingen in gevaar. Daarom besliste de Belgische Staat in 1870 om de tuin aan te kopen, het panorama te beschermen en zowel de wetenschappelijke doelstelling als het statuut van openbaar wandelpark veilig te stellen. Het werden gouden tijden voor de tuin die steeds rijker werd. Elk terras kreeg een specifieke stijl: bovenaan werd het Franse stijl, in het midden Italiaanse, en onderaan Engelse. Uit die periode dateren ook de beeldhouwwerken, versieringen, rotspartijen, serre, enz. Nieuwe stedenbouwkundige projecten, zoals de Noord-Zuidverbinding en vooral de beperkte ruimte om al de collecties die in de loop der jaren werden samengebracht, een plaats te geven, maakten het behoud van de Kruidtuin in Brussel onmogelijk. In 1939 verhuisde hij naar Meise. De uitstraling van de Kruidtuin is niet meer wat ze ooit was. In het begin kwamen er nog nieuwe collecties om de, in de Tweede Wereldoorlog, opgelopen schade te herstellen, maar daarna verkleinde het terrein nog verder voor de aanleg van de Kleine Ring, de Sint-Lazaruslaan (die de tuin in tweeën snijdt) en de verbreding van de Ginestestraat.

Voor de Wereldtentoonstelling in 1958 legde de Brusselse landschapsarchitect René Péchère de tuin opnieuw aan. Het was zijn bedoeling om de grote lijnen van de vroegere structuur en de merkwaardige bomen te behouden en die harmonisch te verweven met de nieuwe architectuur van de gebouwen in de omgeving. Hij legde ook de basis voor de nieuwe functie als openbare stadstuin. Ondanks deze ingrepen en de klassering van het terrein vond de Kruidtuin nooit zijn vroegere luister terug. De verstedelijking van de wijk, de komst van de metro, de bouw van de administratieve wijk en vandalisme hebben geleidelijk aan het ecosysteem van de tuin verstoord. Sinds 1991 is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verantwoordelijk voor het beheer van de Kruidtuin. Vanaf dan begon een stapsgewijze restauratie.

 

ALGEMENE BESCHRIJVING: EEN OPEENVOLGING VAN STIJLEN

De drie oorspronkelijke terrassen van de tuinen bepalen ook vandaag nog de inrichting. Het hoogste terras, aan de voet van de oranjerie, is geometrisch van vorm zoals de klassieke Franse tuinen. René Péchère ontwierp twee buxusperken die leiden naar een groot rond waterbekken dat de vorm herhaalt van de rotonde die ertegenover staat. Aan de zijkanten liggen vierkante en driehoekige perken met struiken en bloeiende heesters. Om de Kruidtuinlaan uit het zicht te houden, kwam er een rij met een aantal mooie oude bomen. De tussenverdieping is in Italiaanse stijl. Ze omvat onder meer een stervormig rozenperk en een irissentuin waar van april tot juni een veertigtal irisvariëteiten in bloei staan – de iris is immers het symbool van het Brussels Gewest. Het laagste gedeelte helt zachtjes af naar de vijver, met kronkelige wandelpaden. In de grasperken staan overal bomen rond rustplekken. We herinneren eraan dat de Sint-Lazaruslaan de tuin in tweeën snijdt.

Sourced through Scoop.it from: documentatie.leefmilieubrussel.be

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Kruidtuin

Advertisements