Na de nederlaag van Napoleon beslisten de Europese grootmachten tijdens het Congres van Wenen in 1814 dat de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden opnieuw zouden verenigd worden. Zo ontstond met de toevoeging van het oude Prinsbisdom Luik en de streek rond Philippeville het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Koning werd Willem I van Oranje-Nassau. Brussel en Den Haag deelden de rol van hoofdstad, telkens voor een jaar. 

 

Hoewel de heerschappij van koning Willem I slechts 15 jaar geduurd heeft, heeft deze vorst een niet onaanzienlijke invloed gehad op het uitzicht van het vroeg-19e eeuwse Brussel. Zo werd de economische rol van Brussel versterkt doordat de toegang van het kanaal van Willebroek en de Schelde naar de Noordzee werd heropend. Ditzelfde kanaal liet hij doortrekken naar Charleroi in het economisch belangrijke zuiden van België waar zich belangrijke steenkoolmijnen bevonden. Langs dit nieuwe kanaal ontstaan industriële zones in Vorst, Anderlecht en Sint-Jans-Molenbeek. Talrijke gebouwen werden aan het stedelijk patrimonium toegevoegd. Zo liet Willem I de Kruidtuin met zijn prachtige park bouwen. In 1824 wordt het Pacheco-instituut gebouwd dat nu nog altijd dienst doet als bejaardeninstituut. Rond de Warande wordt in 1823 het paleis voor de prins van Oranje gebouwd (het huidige Academiënpaleis). Het Oranjeplein (nu Barrikadenplein) wordt aangelegd. Tevens wordt de Muntschouwburg gebouwd.  

 

Hoewel men in de Zuidelijke Nederlanden aanvankelijk niet weigerachtig stond tegen de nieuwe vorst en de unie met Holland, bleek al vlug dat de politiek van Willem I op tegenstand van diverse groeperingen begon te stuiten. De katholieke kerk was niet gediend met een protestantse koning die de vrijheid van godsdienst invoerde en daarbij nog probeerde om het lager onderwijs te hervormen door de oprichting van staatsscholen. Er was tevens een nieuwe liberale strekking ontstaan waarvan de aanhangers aanvankelijk de maatregelen ter bevordering van de industrie toejuichten. Langzaam aan echter werden zij voorstander van een sterkere parlementaire macht. Voor deze liberalen had Willem I nog veel te veel macht in eigen handen. Katholieken en liberalen vonden elkaar in hun verzet tegen de koning en sloten het zgn.’Monsterverbond’. Een andere steen des aanstoots voor beide groepen was de taalpolitiek van Willem I. Deze had rond 1819 het Nederlands als officiële taal ingevoerd voor de noordelijke gewesten en later ook voor de arrondissementen Leuven en Brussel. De voornamelijk onder het Franse regime eentalig opgeleide advocaten en ambtenaren zagen dit als een aanval op hun privileges. In het Brussel van na de Franse tijd waren er nog vrij veel Fransen achtergebleven. Voor hen was het Verenigd Koninkrijk een ballingsoord en zij streefden natuurlijk een terugkeer naar Frankrijk na. 

 

Zo heerste er op het einde van de jaren twintig vooral in Brussel een uiterst revolutionaire sfeer die nog werd aangewakkerd na de revolutie van 1830 in Parijs. 

 

(Daniël Suy, DigitaalBrussel) 

 

Sourced through Scoop.it from: www.digitaalbrussel.be

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertisements