Jozef II, die in 1780 zijn moeder keizerin Maria-Theresia was opgevolgd, wou regeren als een verlichte vorst en het bestuur van zijn gewesten meer en meer uniformiseren en centraliseren. Tijdens het eerste deel van zijn regering richtte hij zich vooral op de kerk en de clerus. Overbodige kloosterorden werden gesloten , de jezuietenorde werd afgeschaft en het onderwijs werd geseculariseerd. Zo lokte de oprichting van een ‘seminarie-generaal’ heftig verzet uit bij de geestelijkheid. 

Op 1 januari 1787 werden ook verregaande hervormingen doorgevoerd op bestuurlijk en gerechtelijk vlak. De financiën van de ambachten werden onder regeringscontrole geplaatst en de Raad van Brabant werd vervangen door een oppergerechtshof. Toen was het hek in de Oostenrijkse Nederlanden pas echt van de dam. Er ontstond een verzetsbeweging onder leiding van de Brusselse advokaat Van der Noot. De leden van deze beweging werden de ‘statisten’ genoemd. Zij ijverden voor het behoud van de oude voorrechten. Een andere beweging die aanvankelijk de hervormingen van de keizer steunde stond onder leiding van de advokaat Jan-Frans Vonck. Door het onhandig ingrijpen van Jozef II vonden Statisten en Vonckisten elkaar in het verzet. 

 

Van der Noot was een echte Brusselaar die veel aanzien genoot bij de lagere klassen van de stad. Hij was geen eersterangspoliticus, maar wel een man die op een ietwat demagogische manier de bevolking achter zich kon krijgen. De landvoogden Maria-Christina en haar echtgenoot Albert van Saksen-Teschen zagen het onheil aankomen en zwakten de hervormingen van de keizer zoveel mogelijk af. Een verbolgen Jozef II riep hen hiervoor in Wenen op het matje. Op 18 juni 1789 schafte gevolmachtigd minister von Trautmannsdorff de Brabantse ‘Blijde Inkomst’ af, waardoor de Oostenrijkse Nederlanden openlijk tot verzet overgingen. Van der Noot was intussen naar Breda gevlucht waar hij een vrijwilligersleger samenstelde en om militaire hulp bedelde bij Nederland en Pruisen. In oktober 1789 valt het vrijwilligersleger Brussel binnen, de Oostenrijkers trekken zich terug en Van der Noot wordt in Brussel ontvangen als ‘redder des vaderlands’. Eind 1789 wordt de onafhankelijkheid uitgeroepen van Brabant en op 10 januari 1790 worden de ‘Verenigde Belgische Staten’ opgericht. De nieuwe regering was geen toonbeeld van eendracht want vrij vlug liet Van der Noot de ‘Vonckisten’ vervolgen. De buitenlandse hulp van Nederland en Pruisen bleek een loze belofte. De gebeurtenissen tijdens de Franse Revolutie deden Pruisen en Oostenrijk weer dichter tot elkaar groeien en Pruisen achtte het moment niet geschikt om Oostenrijk te verzwakken. De dreiging uit Frankrijk was groter dan die uit de Oostenrijkse Nederlanden. 

 

Op 3 december 1790 veroverden de troepen van Keizer Leopold II (1742-1792), de opvolger van zijn inmiddels gestorven broer Jozef II, opnieuw de stad Brussel en kwam er een einde aan de korte onafhankelijkheid. Leopold II paste de hervormingen van Jozef II minder streng toe. De landvoogden keerden terug naar Brussel en de revolutionairen vluchtten naar het buitenland. Op 1 maart sterft Leopold II en wordt hij opgevolgd door zijn zoon Frans II (1768-1835). 

 

(Daniël Suy, DigitaalBrussel) 

Sourced through Scoop.it from: www.digitaalbrussel.be

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertisements