Als alles werd geproeft om u te stillen,
Hebt ghy geensins willen, u wreetheyt laten staen:
Maar even hard, doen dooden, braen en villen,
End’ ons door geschillen, gesocht oock te verraen.
Daerom kond’ men u niet dulden,
Maer ’t was tydt om u t’onthulden,
Op dat m’eens vry
Waer van u tiranny. 

Toen waren er in Brussel en Nederlandse ommelanden verschillende partijen actief. Het was allemaal begonnen bij het gewone volk en die stemden voor de Wederdopers of Anabaptisten. Die waren zeer populair onder het stedelijk proletariaat. Ze stonden voor een absolute gelijkheid van elk individu, utopische communisten. De toenmalige Liesbeth Homans, – de baas dus als de baas weg is, toen noemde men dat gouvernante – beschreef hen als “Arm en onbeschaamd, leeglopers. Ze willen alle goud en zilver aanslaan. Ze willen alle kerkelijke en adellijke goederen gemeenschappelijk en tot algemeen bezit maken.” De term ‘miljonairstaks’ bestond nog niet. Op hen stemmen? Niet echt, ze zijn namelijk een rare toer op gegaan. Zij bestaan nog in Nederland als Doopsgezinden en verder in Amerika als Mennonieten en Amisch, als zwarte kousenkerken.

Dan waren er de Lutheranen. Die wilden wel de keizer of de koning bewaren, als de scherpe kantjes er maar werden afgeslepen, de burger iets meer vrijheid kreeg in zake geloof en ethiek. En verder het Spaanse leger: buiten! en meer macht voor hun leider en bekendste figuur, Willem van Oranje. Willem was meer dan voorzichtig. Dit leverde hem zelfs zijn bijnaam op, De Zwijger. Als er namelijk over de essentie werd gediscuteerd, zweeg hij, keek de kat uit de boom en stemde daarna met de meerderheid. Hij wist waarom hij voorzichtig was: hij incasseerde ieder jaar in zijn Brusselse residentie als rijkste man van de Nederlanden een jaarinkomen van 150.000 gulden. Het ‘bnp’ van al zijn bezittingen. Dat was 3.000 maal het inkomen van een timmerman. Een huidig CEO kan er maar van dromen. Het systeem was volgens Oranje zo slecht nog niet dat je het grondig moest veranderen.. Nu begrijp ik ook waarom Louis Tobback zich een Orangist noemt. 

 

En dan waren er de Calvinisten, aartsrepublikeinen, spreekbuis van de pas ontstane burgerij. Hun leider, Olivier vanden Tympel schreef toen al een Burgermanifest. Ik wil het u niet onthouden (u voelt mijn voorkeur komen). Het is wel in het Brusselse Renaissance-Nederlands van toen, maar u leest Shakespeare toch ook in de taal van toen? 

 

Eigenlijk is het een soort grondwet avant la lettre, en een voorbode van de Franse Revolutie: een grote stap naar de scheiding van kerk en staat door de godsdienstvrijheid die hij bepleit: Niet langer de vorst bepaalt de religie in het gebied, maar de individuele burger. Verder verdedigt hij de nationale eenheid en laat hij het economisch belang van de burgerij primeren.

Sourced through Scoop.it from: salonvansisyphus.wordpress.com

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertenties