Na de troonsafstand van zijn vader Karel V erfde Filips II de Spaanse bezittingen en de Nederlanden. Margareta van Parma (1522-1586), een dochter van Keizer Karel, werd landvoogdes. 

De belangrijkste maatschappelijke ontwikkeling tijdens de 16e eeuw was de opkomst van het protestantisme. Reeds tijdens de regering van Karel V waren er plakaten uitgevaardigd tegen de godsdienstvrijheid en hadden er terechtstellingen van ketters plaatsgevonden op de grote markt en elders in Brussel. Tijdens de tweede helft van de 16e eeuw werd de vervolging van het protestantisme feller aangepakt want Filips II wou te allen prijze zijn gebieden bewaren voor het katholieke geloof. Geleidelijk onstond er een diepe kloof tussen de Nederlanden en Filips II. Vooral de calvinistisch gezinde adel nam geen genoegen meer met de voortdurende inmenging van Filips in de religieuze en stedelijke materies. Ook de abritraire herinrichting van de Nederlandse bisdommen en de aanstelling van de voorzitter van de Geheime Raad, de Fransman Granvelle, tot aartsbisschop van Mechelen en kardinaal vielen niet in goede aarde. In Brussel vonden nu overal openbare ‘predikingen’ plaats. Op 5 april 1566 begaf een Eedverbond van 300 edelen zich naar het paleis op de Koudenberg om de afschaffing van de inquisitie te eisen. In augustus van datzelfde jaar breekt in de Nederlanden de beeldenstorm los. 

 

Als reactie stuurt Filips II in augustus 1567 de Hertog van Alva naar Brussel aan het hoofd van een leger van 12.000 soldaten. In het daaropvolgende jaar vinden er onder de terreur van Alva verschillende terechtstellingen van protestanten en calvinistische edelen plaats. De bekendste waren de Graaf van Egmont 
en de Graaf van Hoorne die op 5 juni 1568 op de grote markt werden onthoofd. Hun standbeeld staat nu nog steeds in het parkje van de Kleine Zavel. Het adellijk verzet in de Nederlanden neemt nu vastere vormen aan onder leiding van Willem van Oranje-Naussau, een voormalige vertrouweling van Karel V en Filips II. Tijdens zijn Brusselse jaren woonde Willem in het paleis van Nassau. Dit paleis stond op de plaats waar zich nu de Nationale Bibliotheek bevindt op de Kunstberg. Toen Alva in 1569 een nieuwe belastingswet deed goedkeuren kreeg hij te maken met een halsstarrige weigering van zijn onderdanen. Een algemene stakingsbeweging brak uit in Brussel en in andere steden. Alva bleek niet opgewassen tegen dit massaal verzet. Op 1 april 1572 namen de Geuzen tevens de vestingsstad Den Briel in. Uiteindelijk moest Alva, volledig ontmoedigd, de Nederlanden verlaten op 28 november 1573. 

 

Alva werd als landvoogd opgevolgd door Requesens, en later door Don Juan, die echter het tij van de opstand niet konden keren. In deze periode was Brussel zelfs een tijdlang een calvinistische republiek. Pas in 1585, met de inname van Antwerpen, slaagde landvoogd Alexander Farnese erin om de Zuidelijke Nederlanden opnieuw aan het Spaanse gezag te onderwerpen. De noordelijke provincies scheurden zich af en werden onafhankelijk. De Nederlanders sloten de Schelde af, waardoor Brussel zijn vitale verbinding met het noorden verloor. Het kanaal naar de Rupel verloor hierdoor veel aan betekenis. 

 

Aan deze woelige tijden kwam een einde toen in 1595 Aartshertog Albrecht van Oostenrijk (1559-1621) werd aangesteld als landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden. Hij huwde in 1599 met Aartshertogin Isabella (1566-1633), dochter van Filips II. Brussel werd nu de hoofstad van de katholieke Nederlanden. Het land was echter na de godsdienstoorlogen verpauperd en tijdens de regering van de Aartshertogen was de luister van Brussel minder groot dan in de voorgaande periode toen de Nederlanden nog een groot economisch machtscentrum waren. Door toedoen van de heel religieuze Isabella vierde het katholiscisme hoogtij maar neigde soms naar kwezelarij. 

 

Na de dood van de aartshertogen volgden verschillende landvoogden elkaar op. Hun grootse bekommernis was om de Zuidelijke Nederlanden uit de handen te houden van de Franse koning Lodewijk XIV die voortdurend probeerde zijn rijk naar het noorden uit te breiden. Tijdens deze periode werd de grote markt verfraaid. Isabella liet het Broodhuis renoveren en verschillende houten huizen rond de markt werden vervangen door stenen gebouwen. 

 

In 1695 werd op bevel van Lodewijk XIV Brussel gebombardeerd. De troepen van maarschalk de Villeroy legden heel de binnenstad in de as en bijna heel de grote markt diende heropgebouwd te worden. Talloze kunstwerken van het stadhuis werden verbrand en heel wat stadsarchieven waren reddeloos verloren. Tijdens de heropbouw vaardigde het stadsbestuur een reglement uit waardoor de markt zoveel mogelijk met een eenheid van stijl werd heropgebouwd.

Sourced through Scoop.it from: www.digitaalbrussel.be

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertisements