In het begin van de 13e eeuw stond er op de Grote Markt een houten constructie waar de bakkers hun broden verkochten. Deze houten broodhal werd in 1405 vervangen door een stenen gebouw. Maar in het begin van de 15e eeuw begonnen de bakkers hun broden via deur-aan-deurverkoop aan de man te brengen, en het intussen vrije gebouw werd ingenomen door de toenmalige hertog van Brabant, die er een soort van administratief centrum van maakte. 

 

Gedurende de regeerperiode van keizer Karel V werd het broodhuis opnieuw met de grond gelijk gemaakt en werd zijn hofarchitect Antoon II Keldermans aangesteld om een nieuw gebouw te ontwerpen in flamboyante gotiek. De plannen waren klaar in 1514 en de werken aan het nieuwe Broodhuis werden voltooid tussen 1515 en 1536. In het Frans ging men spreken over het Maison du Roi, aangezien Karel koning van Spanje was. 

 

Door het Franse bombardement van 1695 werd dit gebouw zodanig beschadigd, dat een grondige restauratie zich opdrong. Vanwege het ontbreken van de financiële middelen werden enkel de noodzakelijkste werken uitgevoerd om te beletten dat het gebouw verder zou instorten. In de komende eeuwen zou het in die toestand onder meer als Volkshuis gebruikt worden (na de overname van Brussel door de Franse revolutionairen aan het einde van de 18e eeuw). Andere functies van het gebouw doorheen de tijden waren: inningskantoor, rechtbank, tijdelijke gevangenis, opslagruimte van paardenvoer voor de Britse ruiterij na de slag van Waterloo, repetitieruimte voor de balletschool van de Muntschouwburg, bibliotheek met leeszaal, onderkomen voor de stadsadministratie.[1]

Op het einde van de jaren zestig van de negentiende eeuw werd het gebouw uiteindelijk gesloopt en heropgebouwd in neogotiek. Dit was een van de grote verwezenlijkingen van de toenmalige burgemeesters Karel Buls en Jules Anspach. De herbouw van het gebouw werd toevertrouwd aan de stadsarchitect Pierre-Victor Jamaer, die, steunend op originele plannen van Antoon Keldermans, een waarheidsgetrouwe reconstructie van het zestiende-eeuwse gebouw uitvoerde. De werken vingen aan in 1873 en duurden twintig jaar. Vanaf 1887 werd er een stadsmuseum ingericht. 

 

Van 1895 tot 1898 hing er in het belfort van het Broodhuis een lichte vieroktaafse beiaard van 49 klokken gegoten door de klokkengieter Adrien Causard van Tellin. Eind 1895 was er sprake van om deze beiaard, uitgebreid met zes extra basklokken, te verplaatsen naar het belfort van het stadhuis. Het plan werd niet uitgevoerd omdat veel klokken van de beiaard vals klonken en Causard er niet in slaagde die vals klinkende klokken te stemmen. Bovendien vertoonde het mechanisme van het instrument veel mankementen. De beiaard werd in 1898 uiteindelijk weggehaald en het belfort van het Broodhuis staat sedertdien leeg. 

 

In 1936 werd het Broodhuis het als eerste burgerlijk gebouw in België beschermd en in 1998 werd het opgenomen in de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Sourced through Scoop.it from: nl.wikipedia.org

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertenties