In 1200, wilde een zekere Vrouwe Gisèle, benedictine uit Brussel, de cisterciënzerregel volgen. Zij stootte op felle tegenstand vanwege het kapittel van Sint-Goedele en deed beroep op de monniken van Villers om haar te steunen. Zij kreeg uiteindelijk haar zin dankzij Hendrik I, hertog van Neder-Lotharingen, die haar toestond een terrein aan te kopen in het Zoniënwoud, aan de voet van de bron van de Maalbeek. Een jaar later werd de cisterciënzerabdij opgericht en later ingezegend door Jan van Bethune, bisschop van Cambrai. Wat de oorsprong van de naam van de abdij betreft, die komt van de kamer in Nazareth waar de moeder van Christus woonde (Camera Beatae Mariae) en kan ook worden verklaard door de Maria-cultus die de kloosterorde aankleefde. 

Het Terkamerenbos was toen een park dat buiten het gebouw was gelegen en toegankelijk was voor het publiek. Het is pas in 1862 dat de stad Brussel het park laat aanleggen door de landschapsarchitect Edouard Keilig, in hetzelfde jaar als de aanleg van de Louizalaan. In 1232, op uitnodiging van de paus, aanvaardt het kapittel de nieuwe abdij waar, tot het midden van de XVIII de eeuw, de omgangstaal het Vlaams was. Dit verklaart waarom vele eigendommen zich in Vlaanderen bevinden. Rijk aan boerderijen en schuren, gelegen in meer dan zestig dorpen, werd de abdij het verblijf van twee toekomstige heiligen : Bonifaas en Alice van Schaarbeek. 

Geboren in 1182 te Elsene, was de eerste de zoon van een goudsmid van het Kantersteen (centrum van de stad) en werd kanunnik van Sint-Goedele. Benoemd tot professor in de Godgeleerdheid in Parijs, werd hij in 1231, bisschop in Lausanne. Door zijn overdreven ijver diende hij echter ontslag te nemen en naar Terkameren te vluchten waar hij de laatste 18 jaren van zijn leven doorbracht. Hij stierf in 1260, en is begraven in het priesterkoor. Vele mirakels werden hem toegeschreven en men roept hem aan tegen tyfus en koorts.

In de XVI de eeuw, kwam Margareta van Parma, gouvernante van de Nederlanden hier op bedevaart. In 1781, werd een kapel gebouwd op de plaats waar zich de cel van de heilige bevond, en deze werd daarna langs de De Motlaan verplaatst. Bij haar opgraving in 1600, zouden twee zieke kloosterzusters genezen zijn door van het water te drinken waarmee haar beenderen werden gereinigd. De relikwieën van de heilige die in een schrijn waren geplaatst werden in de XVII de eeuw gestolen en verborgen in een herberg in Brussel vooraleer zij hun plaats vonden in de Kapellekerk. Zij werden in 1850 in een nieuw schrijn gelegd en in 1935 teruggebracht naar de Terkamerenkerk. 

Wat Alice van Schaarbeek betreft, zij trad al op 7-jarige leeftijd in het klooster. Zij liet zich opmerken door haar deugden en geestelijke eigenschappen. Toen zij werd aangetast door melaatsheid en blindheid, moest zij worden geïsoleerd in een cel waar zij het bezoek zou hebben gekregen van Christus. Zij stierf in 1250 en zou vele melaatsen hebben genezen. 

In 1478, werd het Terkamerenbos het slachtoffer van de strijd tussen Maximiliaan van Oostenrijk en Lodewijk XI. Dit leidde tot de vernieling van verscheidene abdijen. Enkele jaren later, trachtte de abt van Grimbergen een hervorming van de kloosterorden door te voeren. Hij stootte op het ongenoegen van de kloosterlingen waarvan het grootste deel niet kon schrijven maar in 1512 aanvaardden zij uiteindelijk deze regel na te leven. 

In 1567, stuurde Filip II van Spanje de hertog van Alva naar de Nederlanden voor het onderdrukken van de samenzweringen begon met de aanhouding van de hertogen Egmont en Hoorn, die in Brussel werden onthoofd. De echtgenote van de eerste, Sabina, vluchtte met haar 11 kinderen naar de abdij. De abdijkerk in gotische stijl, daterend uit de XIVde eeuw, die in 1585 voor de Spanjaarden werd afgebrand uit vrees dat zij als toevluchtsoord zou dienen voor de calvinisten, werd gerestaureerd dankzij aartshertogin Isabella die de mooiste eiken uit het Zoniënwoud voor die gelegenheid liet vellen. De aartshertogen Albrecht en Isabella werden er daags voor hun blijde intrede in 1599 ontvangen. 

Tijdens de XVI e eeuw, werden vele gebouwen opgetrokken om beter tegemoet te komen aan de behoeften van kloosterlingen waarvan velen tot de adel behoorden, waaraan wij de gebouwen in Lodewijk XIVde- en Lodewijk XVde-stijl te danken hebben. Van 1718 tot de Franse revolutie, restaureerden en bouwden de drie laatste abdissen klassieke gebouwen die vandaag nog bestaan.

Na de Franse revolutie werd de plaats omgevormd tot een koetswerkatelier, een katoenfabriek, een boerderij, een opvangcentrum voor bedelaars en een krijgsschool. Tijdens die periode nam de rijkdom van de abdij toe dankzij de leken die haar tegen lijfrente hun bezittingen schonken. Sommigen, zoals de priester van Sint-Jakob-op-Koudenberg, konden de lening die hen door de abdij was toegestaan niet terugbetalen, waardoor de abdij ongeveer 50 roe grond wist te verkrijgen. 

Indien verscheidene godsdienstige gemeenschappen aan de hervormingen van Jozef II wisten te ontsnappen, dan was dit dankzij het feit dat zij een kwaliteitsonderwijs verstrekten, zoals het Terkamerenbos, dat een kostschool bezat die in gans Europa grote faam genoot. In 1787, betaalde de helft van de 50 kostschoolgangers niets, terwijl de welgestelden onder hen 120 florijnen per jaar betaalden om de kosten voor onderwijs, onderhoud en kleding te dekken. 

De religieuzen hielden zich ook bezig met het volksonderwijs in de parochies die van de abdij afhingen (Vilvoorde, Ukkel, Elsene, Watermaal) waar zij gratis onderwijs gaven. De abdij was eveneens bekend voor haar predikers onder wie Gilles d’Amont wiens sermoenen verspreid werden in andere godsdienstige instellingen.

De Terkamerenbosabdij werd volledig ontmanteld als gevolg van de Franse revolutie na dewelke bepaalde eigendommen werden opgekocht door oud-religieuzen. Daarna werd de abdij omgevormd tot een toevluchtsoord voor bedelaars, een landbouwkolonie en een krijgsschool. In 1919 vernielde een brand de kerk die in 1926 aan de clerus werd teruggegeven. 5 jaar voordien, vestigde een kunstschool zich in de oude infirmerie. Ook al heeft de omgeving weinig veranderingen ondergaan, is het bestaan van de boerderijen Zwaerenberg, Ter Goyten en Ten Voirde het vermelden waard.

De abdij herbergt vandaag de dag het Nationaal Geografisch Instituut, de Nationale Hogeschool voor Beeldende Kunsten en parochielokalen. Het geheel is omgeven door Franse tuinen. 

 

Bron : “De sleutels van Brussel”, toeristische en culturele gids, ADISC Sport en Cultuur 

Sourced through Scoop.it from: www.elsene.be

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertisements