Op het hoogste punt van de Zavel dat zich uitstrekt tot aan het Paleis van Egmont legde men de Kleine Zavel aan: een park waarin negentiende-eeuwse beeldhouwers in brons 48 oude ambachten uitbeeldden.

Het parkje werd opengesteld in 1890 en is het werk van bouwmeester Hendrik Beyaert (1823-1894). Het plantsoen is omgeven door een fraai uitgewerkte smeedijzeren afsluiting. Op regelmatige afstanden wordt die onderbroken door (neo-)gotische zuiltjes, die elk verschillen en elegante bronzen beeldjes dragen die de Brusselse gilden voorstellen. Deze afsluiting is een nabootsing van die van de hand van de laat vijftiende-eeuwse beeldhouwer Jan Borreman om het Baliënplein heen (ongeveer waar thans het Koningsplein staat) van het oude hertogelijke Paleis op de Koudenberg.

Te beginnen bij de ingang die zich bevindt tegenover het zuidelijke zijportaal van de kerk:

1. Het ambacht van de Vier Gekroonden, dat in één gilde de metsers, steenkappers, beeldhouwers en leidekkers verenigde. De ambachtsman houdt in de rechterhand een kompas, in de linker een ontrolde werktekening; aan zijn voeten liggen een stuk beeldhouwwerk en het gereedschap van een metser en een schaliedekker. Het beeld is van de hand van Godefroid Van den Kerckhove, die het de gelaatstrekken van architect Beyaert meegaf. 2. De Wapensmeden, Helmmakers en Zwaardvegers, door Godefroid Van den Kerckhove. Een jongeman bekijkt een degen; aan zijn voeten ligt een helm. 3. De Tinslagers-Loodgieters, door Jean Cuypers. Kenmerken: een loden rol en een blaasbalg. 4. De Lei- of Pannendekkers, door Albert Desenfans. Kenmerk: een ladder. 5. De Blekers, door Jef Lambeaux. Kenmerk: een schep. 6. De Ketelmakers of Koperslagers en Bronsgieters, door Jef Lambeaux. Kenmerken: pot, kan en hamer. 7. De Stoeldraaiers, Mandenmakers, Stucwerkers en Rietdekkers, door Antoine Van Rasbourgh. Kenmerken: gedraaide spijl en een rieten mand. 8. De Hoedenmakers, Volders en Brandewijnstokers, door Jean Cuypers. Kenmerk: een hoed. 9. De Huidevetters of Leerlooiers, van Albert Desenfans. Kenmerk: runderhuid. 10. De Stoelenmakers in Spaans leer en Pruikenmakers, door Jules Courroit. Kenmerk: een stoel. 11. De Haakbusdragers of Geweermakers, door Jean Van den Kerckhove. Kenmerk: haakbus en aambeeld. 12. De Schoenlappers, door Jean Laumans. Kenmerk: een paar schoenen. 13. De Zoetwatervisverkopers, door Jean Laumans. Kenmerk: visnet en vis. 14. De Schoenmakers, door Louis Van Biesbroeck. Kenmerken: laarzen en schoenen. 15. De Lakenscheerders en –koopmannen, van Eugène De Plyn. Kenmerk: schaar. 16. De Wolververs, door Charles Geefs. Kenmerken: pot in de hand; vat en fornuis op voetstuk. 17. De Gordelsnijders en Speldenmakers, door Antoine Van Rasbourgh. Kenmerk: riemen 18. De Garen- en Brandverkopers, door Polydoor Comeyn. Kenmerken: weegschaal en wolstreng op voetstuk. 19. De Smeden, door Louis Eugène Cambier. Kenmerk: hamer. 20. De Vlasbewerkers en Lijnwaadhandelaars, door Eugène De Plyn. Kenmerk : schietspoel. 21. De Uitdragers of Oude Kleerkopers, door A.D.K. Saïbas (schuilnaam van Auguste Van den Kerckhove). Kenmerken: hoed en stuk stof. 22. De Timmerlieden, door A.D.K. Saïbas. Kenmerk: bijl. 23. De Schippers, door Edouard Laborne. Kenmerken: roeispaan, koorden en anker. 24. De Wolwevers en –handelaars, door Benoît Wante. Kenmerk: schietspoel. 25. De Kleermakers, door Armand Cattier. Kenmerk: kledingstuk en schaar. 26. De Zadel- en Wagenmakers, door Robert Fabry. Kenmerken: zadel en onderstel. 27. De Groenten- en Fruithandelaars, door Albert Hambresin. Kenmerk: een fruitmand. 28. De Schilders, Goudslagers en Glazeniers, door Antoine-Joseph Van Rasbourgh. Kenmerk: palet en kwast. 29. De Sloten- en Uurwerkmakers, door Jean Cuypers. Kenmerken: horloge en sleutelbos. 30. De Wijnhandelaars, door Albert Hambresin. Kenmerken: flessen, beker en ton. 31. De Stoffenhandelaars en Kousenmakers, door Robert Fabry. Kenmerken: stuk stof en kousen aan de gordel. 32. De Barbiers en Chirurgijnen, door Jean-Baptiste Martens. Kenmerken: pot in de hand, voet op een instrumentenkist. 33. De Houthakkers en Boomzagers, door Albert Hambresin. Kenmerk: zaag. 34. De Messenmakers, door Julien Renodeyn. Kenmerk: mes in een schede. 35. De Tonnenmakers of Kuipers, door Jules Courroit. Kenmerk: houten hoepel. 36. De Borduurders en Bontwerkers, door Armand Cattier. Kenmerk: pelsmantel. 37. De Schrijnwerkers, door A.D.K. Saïbas. Kenmerken: schaaf en kompas. 38. De Galonmakers of Passementwerkers, door Emile Namur. Kenmerken: koord en eikel. 39. De Edelsmeden, door Emile Namur. Kenmerken: heft en vat. 40. De Vettewariërs of handelaars in zuivel en gevogelte, door Polydoor Comeyn. Kenmerken: een dode gans waaruit vetten worden gewonnen en fles. 41. De Handschoenmakers, door Louis Van Biesbroeck. Kenmerken: handschoenen in de hand en schaar in de gordel. 42. De Vergulders, door Louis van Biesbroeck. Kenmerken: palet, penseel en beker. 43. De Molenaars, door Guillaume Charlier. Kenmerken: molenrad en molen. 44. De Handelaars in gepekelde vis, door Charles Geefs. Kenmerken: vis en tonnetje. 45. De Slagers, door Edmond Lefever. Kenmerken: slagersmes en meer messen aan de gordel. 46. De Tapijtwevers, door Albert Desenfans. Kenmerk: een klos met garen. 47. De Brouwers, door Jean Van den Kerckhove. Kenmerk: de boom. 48. De Bakkers, door Emile Namur. Kenmerk: een ovenschep.

De levensgrote beelden achter in het plantsoen, zijn een eerbetoon aan de zestiende-eeuwse Nederlanden; die rampzalige maar ook zegerijke tijd in de vaderlandse geschiedenis van België. Een keur aan krachtige en begaafde mannen brak de banden die de menselijke geest nog met de Middeleeuwen verbonden en werkte aan een godsdienstige en wetenschappelijke bevrijding. Aan hen is het te danken dat de Nederlanden een vooraanstaande plaats tussen de Europese naties zijn gaan innemen.

Centraal staan, als symbool van de strijd tegen de Spaanse dwingelandij, op een indrukwekkend voetstuk de beelden van de graven van Egmont en Horne. Deze beeldengroep van Charles-Auguste Fraikin uit 1864 was oorspronkelijk bestemd voor het Broodhuis op de Grote Markt van Brussel, uitgerekend op de plaats waar het schavot had gestaan waarop de afgebeelde graven zijn terechtgesteld. In 1879 werd het monument verplaatst tot voor het voormalige stadspaleis van de graaf van Egmont, in die tijd bezit van de hertog van Arenberg.

De kunstenaar heeft beide graven voorgesteld op het ogenblik waarop zij naar het schavot worden geleid. Egmont, met de hoed op het hoofd en een zakdoek in de hand, vertoont een wilskrachtige uitdrukking. De graaf van Horne houdt zijn fluwelen hoed in de ene hand en legt de andere op de schouder van zijn lotgenoot. Het bijzonder hoge voetstuk in (neo-)gotische stijl, is versierd met de wapenen van de beide Heren. Twee landsknechten flankeren de sokkel. Op een verguld plakkaat staat volgend opschrift: Aux comtes d’Egmont et de Hornes, condamnés par sentence inique du duc d’Albe et décapités à Bruxelles le 5 juin 1568 (Aan de graven van Egmont en Hoorn, bij onrechtvaardig vonnis door de hertog van Alva veroordeeld en onthoofd te Brussel op 5 juni 1568).

De graven zijn omgeven door tien standbeelden die mannen voorstellen wier politieke bedrijvigheid en begaafdheid tot de roem van de zestiende-eeuwse Nederlanden hebben bijgedragen. De beelden werden op 20 juli 1890 onthuld.

Links van de graven van Egmont en Horne beginnend, gaat het om:

Willem de Zwijger, prins van Oranje (1533-1584) door Charles Van der Stappen, als leider van de opstand derNederlanden tegen Spanje onder koning Filips II voorgesteld met krachtige en koppige trekken, draagt een staf, terwijl zijn linkerhand op zijn degen rust. Lodewijk van Bodegem (c. 1470-1540), door Jean Cuypers. De vermaarde bouwmeester, betrokken bij de aanleg van het oorspronkelijke Brusselse Broodhuis en de ontwerpen van de kerk van Brou is voorgesteld met een werktekening van de kerk in de ene hand en professioneel gereedschap in de andere. Hendrik van Brederode (1531-1568), door Antoine-Joseph Van Rasbourgh, incarneert met De Zwijger en Marnix van Sint-Aldegonde het vaderlandsgezinde verzet tegen de dwingelandij. Hij overhandigde Margaretha van Parma hetsmeekschrift der Edelen van het Eedverbond der Edelen en stelde op het banket voor om de spotnaam van geuzenals erenaam aan te nemen, reden waarom de kunstenaar aan de schouder van de afgebeelde een kom en bedelnap verbindt, kenmerkend voor de geuzen wier spreuk was: Fidèles au roi jusques à porter la besace (trouw aan de koning tot het dragen van de bedelnap toe). Cornelis Floris De Vriendt (1518-1578), door Jules Pécher. De beeldhouwer en bouwmeester vervaardigde onder meer de sacramentstoren van de Sint-Leonarduskerk van Zoutleeuw, bouwde het Stadhuis en het Hanzehuis vanAntwerpen en is de maker van het doksaal van de kathedraal van Doornik. Rembert Dodoens (1518-1585), door Alphonse de Tombay. De afgebeelde was de meest vermaarde botanicus die de Nederlanden hebben gekend. Hij was tevens geneesheer en hoogleraar aan de Universiteit van Leiden. Hij bestudeerde ook kosmografie en fysiologie, maar zijn voornaamste werken handelen wel over botanica. Hij schreef een Histoire des Plantes en gaf een Nederlandstalig herbarium uit, het Cruydeboeck, opgedragen aan landvoogdesMaria van Hongarije, waarin hij vooral streekgebonden planten behandelde, die hij als eerste classificeerde. Gerardus Mercator (1512-1594), door Louis Van Biesbroeck. De afgebeelde is bekend onder de gelatiniseerde versie van zijn werkelijke naam, De Cremer, en verwierf roem als aardrijkskundige, kosmograaf en wiskundige. Hij draagt een wereldkaart en een precisie-instrument. Jan van Locquenghien (1518-1574), door Godefroid Van de Kerckhove. De afgebeelde was burgemeester enAmman van Brussel, waar hij geboren is. Hij was betrokken bij de uitgraving van het kanaal van Willebroek. Bernard van Orley (1492-1542), door Juliaan Dillens. Het betreft hier de vermaarde Brusselse schilder die Italiëbezocht had en daar onder invloed van de Renaissance kwam te staan. Abraham Ortelius (1527-1598), door Jef Lambeaux. De afgebeelde is een vermaarde geograaf die de eerste aardrijkskundige atlas van de wereld van zijn tijd uitgaf. Filips van Marnix van Sint-Aldegonde (1538-1598), door Paul De Vigne. De diplomaat, schrijver en wijsgeer werd een vurige voorvechter van de vrijheid van denken. Indien De Zwijger het hoofd en de arm voorstelt van de omslachtige onderneming die de strijd tegen Spanje was, dan stond Marnix voor de ziel en de gedachte.

Sourced through Scoop.it from: www.visitonweb.com

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertenties