Brussel was in de 19de eeuw ook één van de grote industriesteden. Een klein groepje spreidde een ongelofelijke rijkdom tentoon, terwijl het merendeel van de bevolking in ellende en chaos leefde. Lage lonen, lange werkdagen, woningnood, kinderarbeid, gebrek aan gezondheidszorgen, armoede, ellende en ziekten – zoals cholera – waren de ingrediënten van het bestaan van de gewone man en vrouw.

Ondanks de wettelijke verboden (wet le Chapelier), verenigden de mensen zich in clubs, groepen, coöperatieven, mutualiteiten en vakbonden.

In 1877 werd een Vlaamse Socialistische Partij opgericht. Twee jaar later sloten zich enkele Brusselse groepen aan en veranderde de naam in Belgische Socialistische Partij. Met het uitbreken van sociale onrust in de Waalse industriegebieden zochten in 1885 Waalse efgevaardigden toenadering.

Ziekenfondse, coöperaties, vakbonden, vrijdenkersbewegingen en democratische verenigingen richtten op 5 & 6 april 1885 de Belgische Werklieden Partij of le Parti Ouvrier Belge op in De Zwaan of Le Cigne te Brussel.

De schrik om neutrale arbeidersorganisaties af te schrikken zat er in van bij het begin. Pragmatisme was de leidraad. Het begrip ‘socialisme’ werd uit de naam geschrapt, theoretische discussies werden uit de weg gegaan en de BWP zou ‘door onderlinge verstandhouding het lot van de arbeidsklasse trachten te verbeteren’. Het programma was radicaal-democratisch: algemeen stemrecht, verplicht, gratis én neutraal onderwijs, gemeentelijke autonomie, afschaffing kinderarbeid onder de 12 jaar, wetten i.v.m. Arbeidsongevallen en veiligheid op het werk, terugschroeven van privatisering van openbaar bezit, (spoorwegen, Nationale Bank, openbare goederen, …), arbeidsduurverkorting, wettelijke rustdag, afschaffing van het lotelingsysteem, etc…

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertenties