Zoeken

Discover Brussels – Brussel Ontdekken – Découvrez Bruxelles

Discover Brussels the way you want – Découvrez Bruxelles la façon dont vous voulez – Ontdek Brussel zoals jij het wil

Gestapo

Advertenties
dvd
Te koop via info@auschwitz.be – 02/517.79.98

stolpersteine

wandelen

Herschel Feibel Grynszpan

Op 3 september 1942 vond dé grote razzia in de Marollen plaats. Het werd 718 Joodse migranten fataal. Een jaar later werden de Belgische Joden opgepakt.

razzia

Op 3 september ’s avonds zet de Wehrmacht – niet de SS – een buurt af in de Marollen, tussen de Blaesstraat, Vanderhaegenstraat, Spiegelstraat, Nieuwland, Huidevettersstraat en Zuidlaan. De hele wijk wordt uitgekamd tussen 20.30u en 22.45u. Hoofdzakelijk Joden zonder Belgische nationaliteit, die zich niet als werkplichtige hadden aangemeld in de Louizalaan, worden ongeacht hun leeftijd uit hun huis gelicht. Ze worden massaal op de vrachtwagen getild richting de Dossin-kazerne getild. Elk huis dat gecontroleerd is, krijgt een opschrift ‘Judenrein’.

Anders dan in Antwerpen heeft de Brusselse politie (die ondergeschikt was aan de burgemeester(s) van de verschillende gemeenten), niet actief meegewerkt aan de razzia’s tegen Belgische en niet-Belgische Joden.

Maar twee politieagenten zorgden wel voor verkeersveiligheid en kalmte aan de rand van het operatiekwartier.

Hoe kon deze operatie zo nauwkeurig uitgevoerd worden?
Op 3 juni 1942 moet, op vraag van de Oberfeldkommandantur, het aantal Jodensterren besteld worden door het Brusselse arrondissement. Per gemeente wordt een raming gemaakt, met Brussel (6.500), Anderlecht (6.000), Schaarbeek (5.286), Sint-Gillis (4.500), Vorst (2.500) en Elsene (1.800) als ‘plus grand demandeurs’.

Samen gaat het om 29.912 sterren voor de Brusselse politiecommissariaten. Men vreesde dat de invoering van de davidster zou tot een radicalisering leiden. Brussel wil niet meedoen, en heeft daar wettelijke excuses voor. Waar wel ‘medewerking’ wordt verleend, is door gemeentelijke ‘Jodenregisters’ aan te leveren, later de ‘Registers van de Dood’ genoemd. Dankzij die adressenlijsten, die de agglomeratie al in 1940 aan de bezetter had bezorgd, konden gerichte pakacties georganiseerd worden. Al gold dat vooral voor andere plaatsen, want in de Marollen woonden de Joden minder versnipperd.

Toenmalig PS-burgemeester Freddy Thielemans bood namens Brussel zijn excuses aan voor de medewerking van de stad aan die pogrom.

De Association pour la Mémoire de la Shoah plaatst overal in Europa herdenkingskasseien voor de huisdeuren waar Joden, ongeacht van welke origine, uit het leven zijn weggerukt door de Holocaust. Elke zogenaamde Stolperstein geeft de naam, arrestatiedatum, deportatiedatum naar Auschwitz en soms het geboorteland van herkomst weer. Eind 2017 liggen er 93 in Brussel.

In heel Europa liggen er ongeveer 65.000 tegels Voor België zijn dat 262 tegels: in Brussel, Gent, Luik en Charleroi.

HerschelOp 3 september 2017 werd een gedenkhoek in de Marollen aangelegd, op het verbrede trottoir aan de Spiegelstraat (hoek met Brigitinnen- en Huidevettersstraat): Square Herschel Feibel Grynszpan (1921-1945). Die Joodse vluchteling doodde als zeventienjarige de Duitse diplomaat Ernst vom Rath (7 november 1938) in Parijs.

De verzetsdaad werd het excuus voor de organisatie van de antisemitische pogrom van 9 en 10 november 1938, bekend als de Kristallnacht. Als Duitse vluchteling logeerde Grynszpan kort in de Huidevettersstraat, vooraleer hij naar Parijs trok.

Bron: Bruzz, 29 augustus 2017

De la Senne vivante à la Senne cachée | Van levende Zenne tot verdoken Zenne

ArchivIris

Comme de nombreuses grandes villes, Bruxelles s’est développée sur les berges d’un cours d’eau : la Senne. Celle-ci n’est aujourd’hui plus ou peu visible dans le centre urbain. On peut cependant encore l’apercevoir à proximité de l’écluse d’Anderlecht et près de la station d’épuration de Bruxelles-Nord. Une reconstitution a été faite au n°23 de la place Saint-Géry, à côté de l’ancien couvent des Riches-Claires, car elle a fait l’objet d’un des chantiers les plus importants que la ville ait connu : son voûtement. Ces travaux ont profondément et durablement changé la physionomie de la ville.

Net als vele grote steden heeft Brussel zich ontwikkeld aan de oevers van een rivier : de Zenne. Dit is nu min of meer zichtbaar in het stedelijk centrum : dit is nog steeds zichtbaar nabij de sluis van Anderlecht en in de buurt van de zuiveringsinstallatie van Brussel-Noord. Er werd ook en reconstructie gemaakt op nummer…

View original post 1.334 woorden meer

De Marollen. Een eeuwenoud misverstand.

Marollen.jpgVan alle volkswijken in België is de Marollen in Brussel ongetwijfeld de bekendste en de meest tot de verbeelding sprekende. Het kleurrijke stadsdeel is gevestigd tussen het Zuidstation en het Justitiepaleis. Straten als de Blaesstraat, de Hoogstraat en de Huidevettersstraat klinken als muziek in de oren van menig Brusselliefhebber. En dan laten we het Vossenplein/Place Jeu de balle nog buiten beschouwing, ook wel bekend onder de benamingen ‘Loeizemet’, ‘Marché aux puces’ en ‘Den â met’. Over de naam van de wijk kraaide een eeuwigheid geen haan. ‘Marollen’, zo werd voetstoots aangenomen, was een afleiding van ‘Maricolen’, een lekengemeenschap van vrouwen die eind 17deeeuw neerstreek in wat toen Bovendael heette en nu de Montserratstraat. Tot de Brusselse stadsgids Luc Surdiacourt aan de oorsprong van de naam begon te twijfelen toen hij een zoveelste gidswandeling door de Marollenwijk voorbereidde. Hij verrichtte daarop jaren archiefonderzoek dat uiteindelijk tot een boek leidde waarin hij ‘een eeuwenoud misverstand’ opheldert. Merkwaardig genoeg is het pas het eerste Nederlandstalige boek over de bekendste volkswijk van België.

Maricolen en Apostolinnen

De lekengemeenschap Maricolen had als oorspronkelijke naam ‘de zusters Apostolinnen’, die als motto ‘Mariam Colentes’ hanteerden, wat zoveel betekent als ‘zij die de Maagd vereren’. Verbasterd klinkt die naam als ‘maricolen’. Dat was tenminste de gangbare theorie. Om die te staven ging Luc Surdiacourt op zoek naar nog actieve Apostolinnen. Hij vond ze in Berchem-Antwerpen, waar hij tussen oude documenten het stichtingsboek van de lekengemeenschap vond, gepubliceerd in 1695. Daarin ontdekte hij dat de Apostolinnen wel degelijk ooit Brussel als verblijfplaats hadden. Alleen was dat niet in de huidige Marollen, maar elders in de Vijfhoek (= het oude stadscentrum van Brussel, omgeven door de Kleine Ring, nvdr), en ook hadden ze niets met de Maricolen te maken. Vanzelfsprekend vroeg Surdiacourt zich toen af waar de naam ‘Marollen’ dan wél vandaan kwam, en besefte hij dat verder etymologisch en kritisch bronnenonderzoek was geboden. Zeven jaar zoekwerk in 22 archieven verschafte finaal het antwoord op al zijn vragen.

Een van de eerste ontdekkingen die Surdiacourt deed, was dat de Maricolen en de Apostolinnen verschillende lekengemeenschappen waren. De verwarring tussen beide moet zijn ontstaan omdat ze allebei devote vrouwen in hun rangen hadden (en dus géén kloosterzusters of begijnen!). De Apostolinnen hadden een stek in Brussel, de Maricolen niet. De laatsten hadden wel verblijfplaatsen in Dendermonde, waar de orde gesticht is in 1663, en verder in Brugge, Gent, Antwerpen, Leuven, Mechelen en Deinze.

Zusters op de vlucht

Hoe de Apostolinnen in Brussel terechtkwamen?

Op uitdrukkelijke vraag van de toenmalige magistraat van de stad, zo staat te lezen in het stichtingsboek van de orde. Deze vroeg hen in 1691 om de Heilige Cruyscapelle – een ‘verbeterinstelling’ – te komen leiden, die al sinds het midden van de 17deeeuw bestond aan de Vismarkt en die plaats bood aan onder meer berouwvolle ex-prostituees. Dat ‘leiden’ bleek in de praktijk echter lelijk tegen te vallen. Al snel boterde het niet tussen de bewoonsters van de ‘capelle’ en de zusters. Het kwam zelfs zover dat de gewezen prostituees de zusters in een kamer opsloten en ermee dreigden hen te doden als ze niet snel zouden vertrekken. De zusters kozen eieren voor hun geld en namen de benen, of liever de boot naar Antwerpen. In die tijd was de Vismarkt immers nog een dok vanwaar men kon inschepen naar het noorden. Vanaf 1715 vestigden de zusters zich opnieuw in Brussel, ditmaal aan de Hooikaai, achter de huidige Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS). Behoorlijk ver van de Marollen dus, waardoor het etymologische spoor naar de herkomst en de benaming van de Marollen doodliep.

De Marolle/De Marollen

De Marollen, in het Frans ‘les Marolles’, is in het meervoud een relatief recente term. Oude Brusselaars verwijzen ermee naar een verzameling van diverse wijken: la Marolle, les Capucines, la Samaritaine, les Brigitinnes, la Querelle…

Het is vooral bij hevige protestacties vanaf 1969 dat er naast ‘de Marolle’ en ‘la Marolle’ meer en meer over ‘de Marollen’ en ‘les Marolles’ gesproken werd. Het toenmalige actiecomité tegen de Brusselse bouwplannen kreeg immers de naam ‘Comité Général d’Action des Marolles’. Drie ‘eilanden’ rond de Montserrratstraat, die het hart van de Marolle vormden, werden bedreigd door afbraak, omdat toenmalig justitieminister Alfons Vranckx het Justitiepaleis wilde uitbreiden. Het comité slaagde er echter in om deze speculatieplannen tegen te gaan.

Waar het bij de Marollen over 52 hectaren gaat, is de Marolle beperkt tot 5 hectaren, meteen de kleinste van de wijken, die uit vijf straten bestond, waarvan de belangrijkste de Montserratstraat was, ofwel ‘op de Marolle’. Qua ligging is dat vanaf de achterkant van het Justitiepaleis tot aan de Kleine Ring, waar zich de Hallepoort bevindt.

Bovendael

De Marolle was gelegen in een zone die voorheen Bovendael heette, waarvan de oudste vermelding van 1310 dateert. Bovendael bestond voor het merendeel uit verwaarloosde huizen waar vaak zelfs de meest elementaire voorzieningen niet aanwezig waren. Tot de bewoners behoorden onder meer prostituees en Spaanse soldaten (tijdens het Spaans Bewind in de Zuidelijke Nederlanden van 1598 tot 1713). Om te vermijden dat het prostitutienetwerk in de buurt zich zou uitbreiden naar andere stadsdelen, liet het stadsbestuur oogluikend toe dat de meisjes van plezier er hun boterham verdienden. De kerk trad strenger op en sprak geregeld straffen uit zoals een bedevaart naar Scherpenheuvel of Halle.

Op een kaart van Laboureur en Vander Baeren uit 1695 botste Luc Surdiacourt op een door historici en auteurs vergeten straat, de ‘Marolle straet’, gelegen aan de achterkant van het Justitiepaleis. Uit belastinggegevens van 1702 in de archieven van de Staten van Brabant maakte hij op dat in deze straat zeer arme mensen woonden die in ‘huijskens agter de Baracken’ leefden en hun ‘broodt om Godts wille’ haalden, wat zoveel wil zeggen dat ze op geluk moesten rekenen om in leven te blijven. De ‘Baracken’ waren inderhaast opgetrokken kazernes voor het Spaanse leger, dat de verdediging van de stad op zich moest nemen toen het leger van Lodewijk XIV, die expansieplannen had, al plunderend richting Brussel trok. Zover kwam het echter niet, want de Fransen trokken zich uiteindelijk terug achter de lijn gevormd door Maas, Samber en Schelde.

Verrassingen

Of daarmee de kous van dit boek af is? Integendeel, zo blijkt. Luc Surdiacourt houdt nog een aantal verrassingen voor zijn lezers achter de hand. Het zou echter te ver voeren om deze alle uit de doeken te doen. Het volstaat te zeggen dat De Marollen. Een eeuwenoud misverstand een boek is dat niet mag ontbreken in de boekenkast van elke oprechte Brusselliefhebber.

Luc Surdiacourt, De Marollen. Een eeuwenoud misverstand”, Davidsfonds, Leuven, 2018, 192 p., € 22,50.

De paters van Maroilles

Uit het voorgaande hebben we geleerd dat de Marollen in se een hoerenbuurt was. We weten nu ook dat er zich ooit een Marollestraat bevond. Maar daarmee is de oorsprong van de naam nog altijd niet verklaard. Luc Surdiacourt zocht dan ook verder. Professor Luk Draye van de KU Leuven hielp hem een handje door te verwijzen naar het gezaghebbende Französisches Etymologisches Wörterbuch. Daarin vond Surdiacourt bij het lemma ‘pucelle de Marolle’: ‘jeune fille qui n’est plus vièrge’. Het woordenboek steunde voor die verklaring op drie bronnen, waarvan de voornaamste te vinden is in het postuum verschenen werk Contes ou nouvelles récréations et joyeux devis de Bonaventure des Périers, valet de chambre de la Reine de Navarre (1558) van de Franse schrijver Bonaventure des Périers (1501-1544). Dat boek bevat een pikante novelle over drie zusters en hun eerste huwelijksnacht. Een zin eruit luidt als volgt: ‘Les lits se font, les trois pucelles [= maagden, nvdr]) se couchent et les maris après (…).’ Vanaf de derde druk van het boek wordt ‘pucelles’ uitgebreid tot ‘pucelles de Marolles’, met een voetnoot erbij ‘over de twijfelachtige reputatie die het Noord-Franse plaatsje Maroilles te danken had aan zijn losbandige paters’ (De Marollen, p. 141). Volgens de overlevering gedroegen de paters van de lokale benedictijnenabdij zich niet al te kuis met de meisjes van het dorp, wat dezen een slechte naam bezorgde. Betekent ‘pucelle’ maagd, ‘pucelle de Marolle’ drukt het het tegenovergestelde uit: ‘een vrouw die geen maagd meer is of bij uitbreiding vrouw van lichte zeden, hoer. (…) De etymologische oorsprong van de naam van de Marollen is dus gelegen in het karakter van de wijk als hoerenbuurt.’ (p. 142)

Bron: Patrick Auwelaert in Doorbraak.be, 26 mei 2018

L’Entr’Aide des travailleuses

aideSinds 1931 is l’Entr’Aide des Travailleuses gevestigd op de nummers 167-169 van de Huidevettersstraat.

Vandaag heet het centrum L’Entr’Aide des Marolles. Het centrum biedt hulp op medisch, sociaal en psychologisch vlak. O.N.E. organiseert er consultaties voor zuigelingen en voorts zijn er schrijf- en leeslessen en verschillende andere activiteiten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de directrice, Barones Van der Elst (Marie-Thérèse Robyns de Schneidauer), een grote rol bij het redden van talrijke joodse kinderen. Dankzij haar relaties kon zij Joodse ouders overtuigen om de kinderen te plaatsen in onthaalgezinnen of in internaten. In de herfst van 1941 ontving zij er koningin Elisabeth. Zij verstopte o.m. de twee dochterjes van Groot Rabijn Salomon Ullma – voorzitter van VJB – bij haar thuis, een paar dagen na de eerste grote razzia van 3 september 1942. Hij was bang voor represailles omdat hij het voorzitterschap van de Vereniging van Joden in België (VJB) had opgezegd.

Het ‚Kliniekske‘, zoals de inwoners van de Marollen het noemden, kwam de oorlog door zonder dat de bezetter argwaan kreeg van de échte rol die er gespeeld werd als beschermer van de opgejaagde families. De toeloop van honderden kinderen voor medische hulp was de perfecte dekmantel om de reddingsoperaties te verdoezelen.

Haar echtgenote, Baron Van der Elst, was eveneens actief binnen het verzet.  Meer bepaald bij ‚Socrate‘, een groep die hulp bood hen die zich verzetten tegen Verplichte Arbeid.

Bron: Stichting Auschwitz

Landelijke Anti-Joodse Centrale voor Vlaanderen en Wallonië

landelijkBelhicem, de internationale organisatie voor de coördinatie van de vluchtelingen van het Hicem, werd in 1939 opgericht aan Philippe de Champagnestraat 52. Het herbergde een aantal Joodse instellingen – liefdadigheidsinstellingen – zoals de JCA (Jewish Colonization Association), en de HIAS (Hebrew Sheltering and Immigrant Aid Society), die bijstand boden aan ballingen die de nazi’s ontvluchtten. Ze bieden o.m. hulp bij huisvesting, taallessen of leningen om uit Europa te vertrekken. In 1940 wordt het gebouw, dat eigendom is van Joden, opgeëist door de bezetter.

Op vraag van Sipo-SD (Gestapo) werd Pierre Beeckmans aangeduid om het de Landelijke Anti-Joodse Centrale voor Vlaanderen en Wallonië er te installeren en te leiden.

Beeckmans werd geboren te Gooik in 1894. Hij werkte in Antwerpen in het domein van de publiciteit in de jaren twintig. In 1937 beheert hij edities van de anti-Joodse organisatie Volksverwering. Hij wordt lid van de Algemeene SS-Vlaanderen. Hij maakt gebruik van de archieven van Belhicem om de lokale Joodse organisaties te observeren. De voornaamste taak is om de lijsten en de fiches van de Joden op te maken aan de hand van de registratielijsten die werden opgesteld door de lokale overheden en de Vereniging van Joden in België.

Het zijn die fiches die door de Sipo-SD zullen gebruikt worden om de identiteit van de gearresteerden te controleren die gedeporteerd worden naar Auschwitz via de Kazerne Dossin.

Bron: Stichting Auschwitz

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑